Huishoudelijk Regelement MRP

Huishoudelijk reglement Mondiaal Realistische Partij

 

1- Het Mondiaal Realisme

 

Artikel 1.

1. Het beginselprogramma bevat de uitgangspunten van het Mondiaal Realisme. Dit beginselprogramma kan alleen door de in de statuten genoemde comparant sub 1 gewijzigd worden.

2. De programmapunten uit de actieprogramma’s mogen niet in strijd zijn met het Mondiaal Realisme (beginselprogramma).

 

2 – Congres

 

Stemgerechtigde Congresdeelnemers

 

Artikel 2.

1. Stemrecht op de Congressen hebben die leden die zich ten minste een maand van te voren aangemeld hebben bij het bijbehorende bestuur/congrespresidium en woonachtig zijn in datzelfde deelniveau waarin het Congres georganiseerd word.

2. De aldus opgegeven leden zijn stemgerechtigde Congresdeelnemers.

 

Toegang en spreekrecht

 

Artikel 3.

1. In beginsel hebben alle partijleden toegang tot het landelijk Congres en het provinciaal en het gemeentelijk Congres waarin zij woonachtig zijn. Alle partijleden aldaar mogen het woord voeren.

2. De in statuten genoemde comparant sub 1 kan deelnemen in elk Congres op elk deelniveau.

 

Congresstukken

 

Artikel 4.

Leden hunnen op hun Congres indienen:

-          Een verzoek tot wijziging van de uitgangspunt(en) (beginselprogramma);

-          Een verzoek tot inbreng van uitgangspunt(en) (beginselprogramma);

-          Een verzoek tot wijziging van programmapunt(en) (actieprogramma’s);

-          En een verzoek tot inbreng van programmapunt(en) (actieprogramma’s).

 

Artikel 5.

Voor alle Congressen op alle deelniveaus gelden dat congresstukken kunnen worden ingediend door de op hetzelfde deelniveau bijbehorende partijraden, werkgroepen/commissies,  leden en door het in statuten genoemde comparant sub 1.

 

Artikel 6.

Voor alle congressen gelden op hun deelniveau ten aanzien van de congresstukken de volgende bepalingen:

1. Ter voorbereiding van een Congres geldt het volgende tijdschema:

a. zes maanden vóór het Congres dienen voorstellen voor de congresagenda bij het bijbehorende partijbestuur te zijn ingediend;

b. vijf maanden vóór het Congres worden inhoudelijke congresstukken aangeboden aan het bijbehorende partijbestuur;

c. uiterlijk veertien weken vóór het Congres worden de ontwerpcongresstukken op de website of in een ledenblad gepubliceerd dan wel in verkorte vorm samengevat. Indien en voorzover ontwerpcongresstukken in verkorte vorm worden gepubliceerd worden zij integraal aan de afdelingen toegezonden en aan partijleden die zich als congresdeelnemer aanmelden alsmede op aanvraag aan andere partijleden;

d. uiterlijk negen weken vóór het Congres vindt behandeling van de congresstukken plaats in de afdelingen;

e. uiterlijk zeven weken vóór het Congres kunnen amendementen bij het partijbestuur worden ingediend;

f. uiterlijk twee weken vóór het Congres wordt de congreskrant waarin de te behandelen congresstukken zijn opgenomen, op de website of in een ledenblad gepubliceerd of op andere wijze ter kennis gebracht van ten minste de stemgerechtigde congresdeelnemers.

g. de in de statuten genoemde comparant sub 1 is bevoegd op de in dit artikel lid 1 sub a, b, c, d en e genoemde deadlines te wijzigen.

2. De bijhorende partijraad kan afwijkingen van het tijdschema goedkeuren.

3. Het Congres kan besluiten voorstellen en amendementen te behandelen, waarvoor het

tijdschema van lid 1 sub c t/m f niet is gevolgd en waarvoor de partijraad ook geen afwijkingen heeft goedgekeurd. Dit geldt uitsluitend voor onderwerpen die voldoen aan twee vereisten tezamen:

a. het onderwerp is pas kort vóór het Congres als eventueel te behandelen onderwerp bekend

geworden, zodat tijdige indiening niet mogelijk was, en

b. het onderwerp is spoedeisend en kan dus geen uitstel lijden.

4. De verantwoording van de bijbehorende fracties van de volksvertegenwoordiging en de verantwoording van het bijbehorende partijbestuur en eventuele andere niet amendeerbare stukken worden uiterlijk twee weken vóór het betreffende Congres op de website of in een ledenblad gepubliceerd of op andere wijze ter kennis gebracht van ten minste de stemgerechtigde congresdeelnemers.

 

Artikel 7.

Voor alle Congressen op alle deelniveaus gelden dat  voorstellen, amendementen, moties en actuele moties kunnen worden ingediend door de op hetzelfde niveau bijhorende partijbestuur, werkgroepen/commissies/afdelingen, de raden en minste 8 partijleden gezamenlijk of door de in de statuten genoemde comparant sub 1.

 

Artikel 8.

Met betrekking tot congresstukken (moties en amendementen) kunnen op het betreffende congres de indieners, het bijbehorende partijbestuur, de bijbehorende partijraad, de bijbehorende toezichtraad en de bijbehorende werkgroepen/commissies/afdelingen en het in de statuten genoemde comparant sub 1 een advies uitbrengen voor de aanneming dan wel verwerping van het congresstuk door het betreffende Congres.

 

3 – Raden

 

Artikel 9.

1. In elke raad op elk deelniveau kunnen 22 leden deelnemen die ieder minstens 16 jaar zijn en die door stemmingen gekozen worden.

2. Het in de statuten genoemde comparant sub 1 kan deelnemen in elke raad op elk deelniveau en heeft hierin stemrecht.

 

Artikel 10.

De raden zijn bevoegd tot het op hun bijhorend deelniveau instellen van werkgroepen, commissies en afdelingen. Wanneer 1/3 of meer van de leden van een raad zo’n orgaan wil instellen kunnen zij dit doen. De betreffende raad geeft aan wat de doelstellingen zijn van de door hun ingestelde werkgroep/commissie en/of afdeling.

 

Artikel 11.

1. Een van de primaire taken van de partijraden zijn het inwinnen van informatie en het formuleren van standpunten. Partijraden kunnen standpunten innemen en aannemen als officieel MRP standpunt op hun deelniveau bij de steun van ten minste de helft plus een van de daarbij horende partijraadsleden.

2. Standpuntinnamen mogen niet in strijd zijn met de standpuntinnamen van partijraden op een hoger niveau.

3. Standpunten die op landelijk niveau geformuleerd en/of aangenomen worden door de partijraden dienen de goedkeuring te hebben van het in de statuten genoemde comparant sub 1

 

4 – Partijbesturen

 

Artikel 12.

1. Het landelijk partijbestuur kent een omvang bestaande uit 13 partijbestuursleden.

2. De provinciale partijbesturen hebben ieder een omvang bestaande uit 12 partijbestuursleden.

3. De gemeentelijke partijbesturen hebben ieder een omvang bestaande uit 11 partijbestuursleden.

4. Binnen de partijbesturen zijn verschillende portefeuilles/functies beschikbaar.

5. Bij verkiezingen voor de partijbesturen word onderscheid gemaakt tussen de verschillende portefeuilles/functies waarvoor deelnemerkandidaten zich voor kunnen opgeven.

6. Per portefeuille/functie wordt er slechts één stemmingsronde gehouden over de leden die zich opgegeven hebben als deelnemerkandidaat voor de betreffende bestuursfunctie en ten minste 18 jaar zijn. De deelnemerkandidaat met de meeste stemmen voor het betreffende bestuursfunctie neemt deze in. De kandidaat die tweede word zal ingeval van vervroegde aftreding door de eerste kandidaat de plaats van deze eerste kandidaat overnemen. Treed de tweede kandidaat na eerdere aftreding van de eerste kandidaat af dan word deze opgevolgd door de derde deelnemerkandidaat.

7. Partijbestuurslede kunnen ieder op hun deelniveau bij eenvoudige meerderheid aan steun besluiten om personeel aan te nemen voor de taken die uitgevoerd moeten worden door de op datzelfde deelniveau bijbehorende opererende werkgroepen/commissies en afdelingen. Het op hetzelfde bijhorende deelniveau bestuurslid financiën moet bij het inhuren van personeel wel zijn steun uitspreken anders gaat het inhuren van het betreffende personeel niet door. Financieel gezien zijn de bestuursleden financiën verantwoordelijk voor het financiële beleid op het betreffende deelniveau waarop zij actief zijn en wanneer zij van mening zijn dat het inhuren van personeel financieel onverantwoord is en in strijd met het financiële beleid dan kan het betreffende bestuurslid financiën besluiten om geen steun te geven aan het inhuren van het betreffende personeel.

 

Het landelijke partijbestuur

 

Artikel 13.

Ten aanzien van het landelijke partijbestuur gelden de volgende bepalingen:

1. Het landelijk partijbestuur kan op landelijk niveau werkgroepen, afdelingen en commissies instellen. Voor de instelling van deze organen door het landelijk partijbestuur moet er steun zijn van ten minste zeven landelijke partijbestuursleden.

2. Het landelijk partijbestuur vergaderd ten minste twee keer per maand maar kan vaker vergaderingen houden mits hiervoor draagvlak is van ten minste 4 landelijke partijbestuursleden.

3. Het in de statuten genoemde comparant sub 1 kan ten alle tijden het minimum aantal leden voor in dit artikel leden 1 en 2 geldende bepalingen wijzigen.

 

Artikel 14.

De taken van het landelijk partijbestuur zijn:

1. De leden van het partijbestuur dragen zorg dat in het verenigingenregister bij de Kamer van

Koophandel steeds worden ingeschreven: naam, voornamen, adres, woonplaats, geboortedatum en functie van elk lid van het partijbestuur;

2. Ervoor zorgen dat de MRP mee kan doen aan alle verkiezingen op landelijk en Europees niveau. Zij draagt zorg voor de vaststelling, inlevering en verbinding van de kandidatenlijsten, met inachtneming van de desbetreffende voorschriften uit de Kieswet.

3. Het op landelijk  niveau stemmingen/congressen voorbereiden of laten voorbereiden.

4.  Het oprichten van ondersteunende landelijke commissies/werkgroepen/afdelingen die:

a. een bijdrage kunnen leveren aan de verspreiding en realisatie van het mondiaal realistisch gedachtegoed en de standpunten die daaruit volgen.

b. zich bezighouden met het organisatorische werk binnen de MRP op het landelijke niveau zoals ledenadministratie, websitebeheer, stemmingen, digitalisering en modernisering van stemmingsprocessen etc.

5. Het coördineren en ondersteunen van de werkzaamheden binnen de partij over de verschillende provinciale en gemeentelijke besturen, partijraden, toezichtraden, werkgroepen, commissies, afdelingen etc. die ieder op hun eigen deelniveau zich bezighouden van standpuntbepalende en organisatieondersteunende activiteiten zoals ledenadministratie, websitebeheer etc.

6. Het publiceren van een jaarverslag over de gang van zaken binnen de vereniging op landelijk niveau waarin aanbevelingen ten aanzien van de vereniging staan.

7. het op landelijk niveau opstellen of laten opstellen door de landelijke afdeling financiën van een jaarverslag, balans, staat van baten en lasten en een begroting .

8. Al het overige wat bij het besturen van een partij komt kijken,

 

De provinciale partijbesturen

 

Artikel 15.

Ten aanzien van de provinciale partijbesturen gelden de volgende bepalingen:

1. Voor de instelling van werkgroepen/commissies/afdelingen door een provinciaal partijbestuur moet er steun zijn van ten minste zeven partijbestuursleden die deel uitmaken van datzelfde provinciale partijbestuur.

2. De provinciale partijbesturen vergaderen ten minste twee keer per maand maar kan vaker vergaderingen houden mits hiervoor draagvlak is van ten minste vijf partijbestuursleden die deel uitmaken van datzelfde  provinciale partijbestuur.

3. Het in de statuten genoemde comparant sub 1 kan ten alle tijden het minimum aantal leden voor in dit artikel leden 1 en 2 geldende bepalingen wijzigen.

 

Artikel 16

De taken van een provinciaal partijbestuur zijn:

1. In hun provincie stemmingen/congressen voorbereiden of laten voorbereiden.

2. Ervoor zorgen dat de MRP mee kan doen aan de verkiezingen voor de bijbehorende Provinciale Staten. Zij draagt zorgt voor de vaststelling, inlevering en verbinding van de kandidatenlijsten, met inachtneming van de desbetreffende voorschriften uit de Kieswet.

3. Het oprichten van ondersteunende provinciale commissies/werkgroepen/afdelingen die:

a. een bijdrage kunnen leveren aan de verspreiding en realisatie van het mondiaal realistisch gedachtegoed en de standpunten die daaruit volgen.

b. zich bezighouden met het organisatorische werk binnen de MRP op provinciaal niveau zoals ledenadministratie, websitebeheer, stemmingen, digitalisering en modernisering van stemmingsprocessen etc.

4. Het coördineren en ondersteunen van de werkzaamheden binnen de partij in hun provincie over de verschillende provinciale  werkgroepen, commissies en afdelingen en over de binnen de betreffende provincie vallende gemeentelijke besturen, raden, werkgroepen, commissies en afdelingen etc. die zich bezighouden met standpuntbepalende en organisatieondersteunende activiteiten op provinciaal (en gemeentelijk) niveau zoals ledenadministratie, websitebeheer etc.

5. Het publiceren van een jaarverslag over de gang van zaken binnen de vereniging binnen hun provincie waarin aanbevelingen ten aanzien van de vereniging staan.

 

De gemeentelijke partijbesturen

 

Artikel 17.

Ten aanzien van de gemeentelijke partijbesturen gelden de volgende bepalingen:

1. Voor de instelling van werkgroepen/commissies/afdelingen door een gemeentelijk partijbestuur moet er steun zijn van ten minste zeven partijbestuursleden die deel uitmaken van datzelfde gemeentelijk partijbestuur.

2. De gemeentelijke partijbesturen vergaderen ten minste twee keer per maand maar kan vaker vergaderingen houden mits hiervoor draagvlak is van ten minste vijf partijbestuursleden die deel uitmaken van datzelfde gemeentelijke partijbestuur.

3. Het in de statuten genoemde comparant sub 1 kan ten alle tijden het minimum aantal leden voor in dit artikel leden 1 en 2 geldende bepalingen wijzigen.

 

Artikel 18.

De taken van een gemeentelijk partijbestuur zijn:

1. In hun gemeente stemmingen/congressen voorbereiden of laten voorbereiden.

2. Ervoor zorgen dat de MRP mee kan doen aan de verkiezingen voor de bijbehorende gemeenteraad. Zij draagt zorgt voor de vaststelling, inlevering en verbinding van de kandidatenlijsten, met inachtneming van de desbetreffende voorschriften uit de Kieswet.

3.  Het oprichten van ondersteunende gemeentelijke commissies/werkgroepen/afdelingen die:

a. een bijdrage kunnen leveren aan de verspreiding en realisatie van het mondiaal realistisch gedachtegoed en de standpunten die daaruit volgen.

b. zich bezighouden met het organisatorische werk binnen de MRP op provinciaal niveau zoals ledenadministratie, websitebeheer, stemmingen, digitalisering en modernisering van stemmingsprocessen etc.

4. Het coördineren en ondersteunen van de werkzaamheden binnen de partij in hun gemeente over de verschillende gemeentelijke werkgroepen, commissies en afdelingen,  raden, etc. die zich bezighouden met standpuntbepalende en organisatieondersteunende activiteiten op provinciaal (en gemeentelijk) niveau zoals ledenadministratie, websitebeheer etc.

5. Het publiceren van een jaarverslag over de gang van zaken binnen de vereniging binnen hun gemeente waarin aanbevelingen ten aanzien van de vereniging staan.

 

5 – verkiezingsreglementen

 

5.1 – algemene bepalingen

 

Artikel 19.

Alle leden hebben het recht zich beschikbaar te stellen voor functies die in of namens de partij worden vervuld. Binnen de statuten of binnen dit huishoudelijk reglement kunnen echter specifieke profielen en criteria worden gesteld waaraan deelnemerkandidaten moeten voldoen.

 

Artikel 20.

Ieder lid kan zichzelf of een ander lid kandideren voor functies en vertegenwoordigingen die namens de partij vervuld worden.

 

Artikel 21.

Bevoegd tot kandidaatstelling voor functies en vertegenwoordigingen op provinciaal en/of gemeentelijk- niveau zijn in eerste instantie alle individuele leden in de betreffende provincie en/of gemeente.

 

Artikel 22.

1. Bestuursleden kunnen alleen van hun functie worden ontheven door het orgaan dat hen heeft gekozen.

2. Een besluit tot ontheffing kan slechts worden genomen indien een gemotiveerd voorstel hiertoe afzonderlijk voor een vergadering van het bevoegde orgaan is geagendeerd. De betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld voorafgaand aan deze vergadering schriftelijk verweer te voeren en heeft tijdens de vergadering het recht mondeling toelichting te verstrekken.

 

Artikel 23.

1. Een ieder die als kandidaat op een kandidatenlijst voor een functie als volksvertegenwoordiger staat, moet lid zijn de MRP. Met kandidatenlijst wordt hier bedoeld de conceptkandidatenlijst die aan het bijbehorende Congres wordt gepresenteerd.

2. Iedere volksvertegenwoordiger namens de MRP moet lid zijn van de MRP.

3. Van kandidaten voor vertegenwoordigende functies wordt verwacht dat zij een bereidverklaring ondertekenen waarin zij aangeven dat zij op de hoogte zijn van de van toepassing zijnde afdrachtregeling en de verantwoordingsplicht die zij hebben naar de op hun deelniveau opererende raden, het partijbestuur, de werkgroepen,.commissies en het congres.

 

Artikel 24.

Bij tussentijdse vacatures in een vertegenwoordigend lichaam wordt de vacante plaats in beginsel ingenomen door de eerstvolgende kandidaat voor de betreffende functie op de desbetreffende kandidatenlijst. Voor afwijking van deze regel is een gemotiveerd besluit van het bijbehorende Congres nodig of van het in de statuten genoemde comparant sub 1.

 

Artikel 25.

1. Volksvertegenwoordigers kunnen worden teruggeroepen door de op hun deelniveau of op hoger niveau gelegen raden, werkgroepen/commissies/afdelingen en het congres.

2. Tot een terugroepingprocedure kan worden overgegaan als een volksvertegenwoordiger handelt in strijd met het vastgestelde verkiezingsprogramma, het mondiaal realistisch gedachtegoed of met andere duidelijk vaststaande hoofdlijnen van beleid, zich onttrekt aan de verantwoordingsplicht aan de op zijn niveau of op hoger niveau gelegen raden, de werkgroep die hoort bij zijn of haar beleidstrein/portefeuilles en/of het congres, slecht functioneert of anderszins het partijbelang schade toebrengt.

3. Wanneer het betreffende Congres en/of de betreffende toezichtraad van oordeel is dat één of meer van bovengenoemde omstandigheden zich voordoen, kan zij uitspreken dat het overweging verdient het vertrouwen in de betrokken volksvertegenwoordiger op te zeggen en het besluit tot terugroeping in stemming te brengen.

4. Het betreffende Congres kan besluiten voorafgaand aan het voorgenomen terugroepingbesluit een bemiddelingscommissie te benoemen, die na toepassing van hoor en wederhoor verslag uitbrengt.

5. Over voornemen en besluit tot terugroeping zoals bepaald in lid 3 wordt schriftelijk/digitaal gestemd. Blanco stemmen tellen mee voor het bepalen van de uitslag van de stemming.

 

Artikel 26.

1. Beslissingen over het deelnemen aan verkiezingen voor op een bepaald deelniveau vertegenwoordigend lichaam en over eventuele samenwerking met andere partijen op dit deelniveau worden genomen door de op datzelfde deelniveau opererende partijraad.

2. Partijraden kunnen ieder besluiten het genoemde in dit artikel lid 1 uit te laten voeren door de op datzelfde deelniveau opererende toezichtraad.

 

5.2 – uitzonderlijke situaties

 

Artikel 27.

Op het moment dat een vertegenwoordigend bestuurlijk orgaan zijn ontslag aanbiedt of anderszins naar het oordeel van het partijbestuur welk op hetzelfde bijbehorende deelniveau opereert rekening gehouden moet worden met tussentijdse verkiezingen voor de op datzelfde deelniveau bijbehorende vertegenwoordigende orgaan dan zal zij  onmiddellijk de kandidaatstelling voor deze verkiezingen openen.

 

5.3.1 – kandidatenlijsten algemeen

 

Artikel 28.

1. De kandidatencommissies brengen advies uit  aan hun congres over de verkiezingen van verdeling van deelnemerskandidaten over de verschillende plaatsen op de kandidatenlijsten voor de op hun deelniveau opererende volksvertegenwoordiging en de raden en de functies voor het op hun deelniveau opererende partijbestuur  waarover het op datzelfde deelniveau opererende congres kan stemmen.

2. Ten aanzien van de volksvertegenwoordiging worden bij de verkiezing van kandidaten onderscheid gemaakt tussen de verschillende plaatsen op de kandidatenlijsten. Per kandidatenplaats, ook wel blok genoemd word een verkiezing gehouden. Elk blok komt dus overeen met slechts één plaats op de betreffende kandidatenlijst.

3. Ten aanzien van de raden worden bij de verkiezingen van kandidaten hiervoor geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende plaatsen op de kandidatenlijst. De kandidatenlijsten voor de raden worden vastgesteld door de daarbij horende congressen. Op het Congres stellen de stemgerechtigde leden ieder zelf hun favoriete kandidatenlijst vast door hun favoriete deelnemerkandidaten in een individueel-conceptkandidatenlijst te noteren. Al deze individuele conceptkandidatenlijsten worden ingeleverd bij de bijbehorende stemmingscommissie. De deelnemerkandidaten met de meeste stemmen zullen deelnemen in de betreffende raad.

4. Ten aanzien van de partijbesturen worden bij de verkiezing van de kandidaten wel onderscheid gemaakt tussen de verschillende functies die ingenomen kunnen worden in een partijbestuur. Elk blok komt in dit geval ook overeen met slechts één plaats op de betreffende kandidatenlijst.

5. Per blok wordt er slechts één stemmingsronde gehouden over de leden die zich opgegeven hebben als deelnemerkandidaten voor de betreffende plaats/functie op de kandidatenlijst. De deelnemerkandidaat met de meeste stemmen voor het betreffende deelblok/kandidaatschap/functie neemt de daar bijbehorende plaats in op de betreffende kandidatenlijst. De kandidaat die tweede is geworden zal ingeval van vervroegde aftreding door de eerste kandidaat de plaats van deze kandidaat overnemen. De betreffende kandidatencommissie besluit over de lengte van de betreffende kandidatenlijst.

 

5.3.2 – kandidatenlijsten voor Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal en het Europees Parlement. 

 

Artikel 29.

1. Voor de kandidatenlijsten van de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal geld dat zij bestaan uit de volgende blokken/kandidatenplaatsen met de daarbij horende gewenste profiel, criteria en portefeuilles:

- blokken 1 t/m 3: de kandidaten zijn generalistisch. De kandidaten hebben over een bepaald onderwerp kennis en inzicht op een breed niveau. De blokken 1 t/m 3 zijn:

- blok 1: de kandidaat heeft als portefeuilles: realisatie wereldvrede, buitenland, ontwikkelingshulp en defensie.

- blok 2: de kandidaat heeft als portefeuilles: realisatie onafhankelijke duurzame kenniseconomie en openbaar bestuur.

- blok 3: de kandidaat heeft als portefeuilles: realisatie en behoud leefbaar milieu.

- blokken 4 t/m 6: de kandidaten zijn gespecialiseerd in elk ten minste één onderwerp. De blokken 4 t/m 6 zijn:

- blok 4: de kandidaat heeft als portefeuille: sociale zekerheid;

- blok 5: de kandidaat heeft als portefeuille: gezondheidszorg (en sport);

- blok 6: de kandidaat heeft als portefeuille: onderwijs;

- blokken 7 t/m 9: De portefeuilles die toekomen aan de blokken 7 t/m 9 worden vastgesteld door de landelijke partijraad in overleg met de landelijke kandidatencommissie voor landelijke en Europese verkiezingen.

- blokken 9 t/m 12: de portefeuilles die toekomen aan de blokken 9 t/m 12 worden vastgesteld door de landelijke  kandidatencommissie voor landelijke en Europese verkiezingen in overleg met de landelijke partijraad.

- de blokken 12 t/m X: de portefeuilles die toekomen aan de blokken 12 t/m X worden vastgesteld door het landelijke congres en krijgen hierbij advies van de landelijke kandidatencommissie voor de landelijke en Europese verkiezingen en de landelijke partijraad en het landelijk partijbestuur. De X staat voor de laatste plaats op de kandidatenlijst.

2. De portefeuilles die toekomen aan de kandidatenplaatsen 1t/m 3 staan vast maar in slechts één enkel geval of in vergelijkbare situaties kan hiervan afgeweken worden en dat is als er een deelnemerkandidaat in staat is om alle portefeuilles van de kandidatenplaatsen 1 t/m 3 op zich te nemen. De betreffende deelnemerkandidaat moet voor deze verkiezing bij de bijbehorende kandidatencommissie aantonen dat hij/zij geschikt is het opnemen van al de genoemde portefeuilles die horen bij de eerste 3 kandidatenplaatsen. De landelijke partijraad moet deze wijziging door deze kandidatencommissie goedkeuren om de wijziging door te voeren en van kracht te laten gaan.

3. De kandidatencommissie kan besluiten om aan de kandidatenplaatsen 4 t/m 6 andere portefeuilles toe te delen mits zij hiervoor duidelijke redenen heeft. Zij doet hiertoe een verzoek bij de landelijke partijraad en deze moet het verzoek vervolgens goedkeuren wil zij van kracht worden.

4. Op landelijk niveau kunnen het partijbestuur, de partijraad, de toezichtraad, werkgroepen, commissies en individuele leden aan de kandidatencommissie een gemotiveerd verzoek doen om aan de kandidatenplaatsen 4 t/m 6 andere portefeuilles toe te delen. De kandidatencommissie kan dit verzoek aannemen en de landelijke partijraad moet het betreffende verzoek vervolgens goedkeuren wil zij van kracht worden.

5.  Op landelijk niveau kunnen het partijbestuur, de partijraad, de toezichtraad, werkgroepen, commissies en individuele leden aan de kandidatencommissie een gemotiveerd verzoek doen om aan de kandidatenplaatsen 2 en 3 andere portefeuilles toe te delen.  De kandidatencommissie kan dit verzoek aannemen en de landelijke toezichtraad moet het betreffende verzoek vervolgens goedkeuren wil zij van kracht worden.

6. Het in de statuten genoemde comparant sub 1 is bevoegd om af te wijken van de in dit artikel genoemde bepalingen.

 

 5.3.3 – kandidatenlijsten voor de provinciale staten

 

Artikel 30.

1. Voor de kandidatenlijsten van de Provinciale Staten geldt dat zij bestaan uit de volgende blokken/kandidatenplaatsen met de daarbij horende gewenste profiel, criteria en portefeuilles:

- blokken 1 t/m 3: de kandidaten zijn generalistisch. De kandidaten hebben over een bepaald onderwerp kennis en inzicht op een breed niveau. De blokken 1 t/m 4 zijn:

- blok 1: de kandidaat heeft als portefeuilles: realisatie onafhankelijke duurzame kenniseconomie (en openbaar bestuur) .

- blok 2: de kandidaat heeft als portefeuilles: ruimtelijke ordening en planologie.

- blok 3: de kandidaat heeft als portefeuilles: realisatie en behoud leefbaar milieu.

- blokken 4 t/m 6: de kandidaten zijn gespecialiseerd in elk ten minste één onderwerp. De blokken 4 t/m 6 zijn:

- blok 4: de kandidaat heeft als portefeuilles: veiligheid en openbaar bestuur.

- blok 5: de kandidaat heeft als portefeuilles: gezondheidszorg (en sport);

- blok 5: de kandidaat heeft als portefeuille: realisatie en behoud leefbaar milieu;

- blok 6: de kandidaat heeft als portefeuilles: onderwijs;

- blokken 7 t/m 9: De portefeuilles die toekomen aan de blokken 7 t/m 9 worden vastgesteld door de betreffende provinciale partijraad in overleg met de daarbij horende provinciale kandidatencommissie voor de betreffende provinciale verkiezing..

- blokken 9 t/m 12: de portefeuilles die toekomen aan de blokken 9 t/m 12 worden vastgesteld door de betreffende provinciale kandidatencommissie in overleg met de daarbij horende provinciale partijraad voor de betreffende provinciale verkiezing.

- de blokken 12 t/m X: de portefeuilles die toekomen aan de blokken 12 t/m X worden vastgesteld door het betreffende provinciale Congres en krijgen hierbij advies van de daarbij horende provinciale kandidatencommissie, partijraad, toezichtraad, en het partijbestuur voor de betreffende provinciale verkiezing. De X staat voor de laatste plaats op de betreffende kandidatenlijst.

2. De portefeuilles die toekomen aan de kandidatenplaatsen 1/m 3 staan vast maar in slechts één enkel geval of in vergelijkbare situaties kan hiervan afgeweken worden en dat is als er een deelnemerkandidaat in staat is om alle portefeuilles van de kandidatenplaatsen 1 t/m 3 op zich te nemen. De betreffende deelnemerkandidaat moet voor deze verkiezing bij de bijbehorende kandidatencommissie aantonen dat hij/zij geschikt is het opnemen van al de genoemde portefeuilles die horen bij de eerste 3 kandidatenplaatsen. De bijbehorende provinciale partijraad moet deze wijziging door de betreffende kandidatencommissie goedkeuren om de wijziging door te voeren en van kracht te laten gaan.

3. De betreffende provinciale kandidatencommissie kan besluiten om aan de kandidatenplaatsen 4 t/m 6 andere portefeuilles toe te delen mits zij hiervoor duidelijke redenen heeft. Zij doet hiertoe een verzoek bij de bijbehorende provinciale partijraad en deze moet het verzoek vervolgens goedkeuren wil zij van kracht worden.

4. Op bijbehorend provinciaal niveau kunnen het partijbestuur, de partijraad, de toezichtraad, werkgroepen, commissies en individuele leden aan de kandidatencommissie een gemotiveerd verzoek doen om aan de kandidatenplaatsen 4 t/m 6 andere portefeuilles toe te delen. De betreffende provinciale kandidatencommissie kan dit verzoek aannemen en de daarbij horende provinciale partijraad moet het betreffende verzoek vervolgens goedkeuren wil zij van kracht worden.

5. Het in de statuten genoemde comparant sub 1 is bevoegd om af te wijken van de in dit artikel genoemde bepalingen.

 

5.3.4 – kandidatenlijsten voor de gemeenten

 

Artikel 31.

1. Gemeentelijke Congressen of het in de statuten genoemde comparant sub 1 stelt vast welke portefeuilles aan de verschillende kandidatenplaatsen moeten worden verleend op de betreffende gemeentelijke kandidatenlijsten.

2. De gemeentelijken kandidatencommissies stellen de portefeuilles vast en geven advies aan het bijbehorende gemeentelijk Congres over welke portefeuilles volgens haar het beste aan de verschillende kandidatenplaatsen moeten worden verleend op de betreffende gemeentelijke kandidatenlijsten. Met betrekking tot deze portefeuilleverdeling binnen de gemeente kunnen de provinciale partijraad waaronder de betreffende gemeente valt en de landelijke partijraad ook een advies uitbrengen. De gedane  adviezen moeten ruim vier weken van tevoren gepubliceerd op de (gemeentelijke) website van de MRP.

3. Na het genoemde in dit artikel onder lid 1 uitgevoerd te hebben zal het gemeentelijk Congres voor elke kandidatenplaats één van de deelnemerkandidaten kiezen voor het kandidaatschap. De deelnemerkandidaat met de meeste stemmen neemt de bijbehorende plaats op de kandidatenlijst in.

4. De gemeentelijken kandidatencommissies geven advies aan het voor hun bijbehorende gemeentelijk Congres over de geschiktheid van de deelnemer kandidaten die zich opgegeven hebben voor het kandidaatschap voor een specifieke portefeuille.

 

5.3.5 – kandidatenlijsten voor de raden

 

Artikel 32.

1. Zoals in artikel 28 lid 3 van het huishoudelijk reglement staat zal ten aanzien van de raden bij de verkiezingen van kandidaten hiervoor geen onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende plaatsen op de kandidatenlijst. De kandidatenlijsten voor de raden worden vastgesteld door het daarbij horende Congres. Op het Congres stellen de stemgerechtigde leden ieder zelf hun favoriete kandidatenlijst vast door hun favoriete de deelnemerkandidaten in een individueel-conceptkandidatenlijst te noteren. Al deze individuele conceptkandidatenlijsten worden ingeleverd bij de stemmingscommissie. De deelnemerkandidaten met de meeste stemmen nemen deel in de betreffende raad.

2. De bij de betreffende raad horende kandidatencommissie kan bij voorkeur uiterlijk vier weken vooraf aan het Congres advies publiceren op de website over de te kiezen deelnemerkandidaten.

 

5.3.6.1 – kandidatenlijsten voor de partijbesturen

 

Artikel 33.

1. Zoals in artikel 28 lid 4 van het huishoudelijk reglement staat zal ten aanzien van de partijbesturen bij de verkiezingen van de kandidaten hiervoor wel onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende functies die ingenomen kunnen worden in het betreffende partijbestuur. Elk blok komt in dit geval ook overeen met slechts één plaats op de betreffende kandidatenlijst.

2. De bij het betreffende partijbestuur horende kandidatencommissie kan bij voorkeur uiterlijk vier weken vooraf aan het Congres advies publiceren op de website over de te kiezen deelnemerkandidaten voor de in te nemen functies.

 

5.3.6.2 – kandidatenlijst voor het landelijke partijbestuur

 

Artikel 34.

Leden kunnen zich verkiesbaar stellen voor de volgende functies/portefeuilles:

- partijvoorzitter;

- secretaris;

- notulist;

- bestuursplaats ledenadministratie;

- bestuursplaats financiën (penningmeester);

- bestuursplaats campagne en publiciteit;

- bestuursplaats personeelsorganisatie en –administratie;

- bestuursplaats websiteopbouw en –beheer;

- bestuursplaats vertalingcommissie;

- bestuursplaats internationale contacten;

- bestuursplaats oprichting MRP in het buitenland;

- bestuursplaats stemmingcommissie en digitalisering en modernisering van stemmingen en overige zaken;

- bestuursplaats organisatorische en administratieve ondersteuning.

 

2.3.6.3 – kandidatenlijsten voor de provinciale partijbesturen

 

Artikel 35.

Leden kunnen zich verkiesbaar stellen voor de volgende functies/portefeuilles:

- partijvoorzitter;

- secretaris;

- notulist;

- bestuursplaats ledenadministratie;

- bestuursplaats financiën (penningmeester);

- bestuursplaats campagne en publiciteit;

- bestuursplaats personeelsorganisatie en –administratie;

- bestuursplaats websiteopbouw en –beheer;

- bestuursplaats gemeentelijke contacten en oprichting gemeentelijke partijafdelingen;

- bestuursplaats interprovinciale contacten en landelijk contact;

- bestuursplaats stemmingcommissie en digitalisering en modernisering van stemmingen en overige zaken;

- bestuursplaats organisatorische en administratieve ondersteuning.

 

5.3.6.4 – kandidatenlijsten voor de gemeentelijke partijbestuursleden

 

Artikel 36.

Leden kunnen zich verkiesbaar stellen voor de volgende functies/portefeuilles:

- partijvoorzitter;

- secretaris;

- notulist;

- bestuursplaats ledenadministratie;

- bestuursplaats financiën (penningmeester);

- bestuursplaats campagne en publiciteit;

- bestuursplaats personeelsorganisatie en –administratie;

- bestuursplaats websiteopbouw en –beheer;

- bestuursplaats intergemeentelijke en interprovinciale contacten en landelijke contacten;

- bestuursplaats stemmingcommissie en digitalisering en modernisering van stemmingen en overige zaken;

- bestuursplaats organisatorische en administratieve ondersteuning.

 

5.4.1 – kandidatencommissies algemeen

 

Artikel 37.

1. Voor op elk niveau (Europees en landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau) zijn er 3 verschillende soorten kandidatencommissies. Deze drie verschillende soorten kandidatencommissies die actief zijn op de  verschillende deelniveaus:

a. kandidatencommissies t.a.v. de volksvertegenwoordiging;

b. kandidatencommissie t.a.v. de raden;

c. kandidatencommissie t.a.v. de partijbesturen.

2. Deze kandidatencommissies geven per verkiesbare functie verschillende deelnemerkandidaten aan die zij geschikt achten voor de betreffende functie.

3. Leden die zich verkiesbaar willen stellen voor een functie/plaats op een kandidatenlijst moeten zich verkiesbaar stellen bij de bijbehorende kandidatencommissie.

4. Op elk deelniveau stemt het daarbij horende Congres over de deelnemerkandidaten die zich op hetzelfde betreffende deelniveau verkiesbaar gesteld hebben voor functies/verschillende plaatsen op de kandidatenlijsten.

5. Omvang en samenstellingen van de kandidatencommissies worden vastgesteld in het huishoudelijk reglement.

6. In het huishoudelijk reglement kunnen overige bepalingen ten aanzien van de kandidatencommissies verder beschreven staan.

 

Artikel 38.

1. Kandidatencommissie dragen zorg voor de werving en selectie van voldoende deelnemerskandidaten.

2. Kandidatencommissies dragen zorg voor een faire competitie tussen kandidaten en voor de informatievoorziening over deze deelnemerkandidaten aan de leden.

3. Kandidatencommissies zorgen ervoor dat alle vertrouwelijke gegevens van en over kandidaten na afloop van de interne verkiezingen worden vernietigd. Dit met uitzondering van de bereidverklaringen en de verzamelde gegevens inzake de integriteit van de kandidaten. Deze gegevens worden bewaard voor een periode van maximaal vier jaar. De bewaartermijn wordt verlengd als de kandidaten zich in een nieuwe procedure opnieuw

kandidaat stellen. De informatie is slechts toegankelijk voor kandidatencommissies en de betrokken kandidaat.

4. Kandidatencommissie leggen in een protocol vast op welke wijze de hiervoor genoemde

taken worden uitgevoerd, met inachtneming van het bepaalde in artikel 39 van het huishoudelijk reglement.

 

Artikel 39.

Kandidatencommissies:

a. publiceren een oproep tot kandidaatstelling in het ledenblad en/of op de website met daarbij de in dit huishoudelijk reglement bijhorende artikelen genoemde blokken/kandidaat-plaatsen met de daarbij bijbehorende portefeuille(s);

b. werven actief deelnemerkandidaten, met dien verstande dat bij de samenstelling van de kandidatenlijst voor de verkiezing van de leden van de volksvertegenwoordiging, de raden en de partijbesturen;

c. beoordelen alle kandidaten op hun geschiktheid en integriteit. Daartoe bevraagt zij de kandidaten zo nodig op hun kennis en vaardigheden, trekt zij zo nodig de opgegeven referenties na en wint zij informatie in over het functioneren van de desbetreffende huidige fracties/raden/partijbesturen en de individuele leden die zich kandidaat hebben gesteld;

d. stellen ieder een groslijst op van de deelnemerskandidaten in volgorde van de geschikt die zij acht voor de vervulling van de betreffende plaatsen op de kandidatenlijstkandidatenlijst voor de verkiezing van de leden van de volksvertegenwoordiging/raden/partijbesturen.

e. geven per kandidaat een gemotiveerde beschrijving van haar bevindingen, opdat de leden zich een oordeel over de kandidaten kunnen vormen.

f. stellen de kandidaten uiterlijk 4 weken voor publicatie van de groslijst vertrouwelijk van haar oordeel op de hoogte en geeft alle kandidaten de gelegenheid om zich uit de procedure terug te trekken;

g. passen de groslijsten aan door de namen van de deelnemerkandidaten te verwijderen die hebben besloten zich uit de procedure terug te trekken;

h. publiceren de groslijsten en de voordracht indien de termijn waarin deelnemerkandidaten kunnen besluiten zich terug uit te procedure te trekken verstreken is op de website.

 

Artikel 40.

Ter voorbereiding van de stemmingen geld het volgende tijdschema:

1. uiterlijk tien maanden voor de  stemming word de kandidatencommissie vastgesteld.

2. De kandidatencommissie zorgt ervoor dat uiterlijk negen maanden voor de stemmingen in een ledenblad en/of op de website een oproep tot kandidaatstelling word geplaatst, waarbij ook de door de kandidatencommissie bijkomende gewenste profiel en criteria worden gepubliceerd.

3. De kandidatencommissie publiceert uiterlijk drie maanden voor de stemmingen de groslijst met haar oordeel over de geschiktheid van kandidaten ten behoeve van de interne campagne tenzij in de statuten of in dit huishoudelijk reglement anders is geregeld.

 

5.4.2.1 – kandidatencommissie Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal en Europees Parlement

 

Artikel 41.

1. Binnen de landelijke kandidatencommissie nemen plaats:

a. Twee landelijke partijbestuursleden die het landelijke partijbestuur zelf kiest;

b. Twee landelijke partijraadsleden die de landelijke partijraad zelf kiest;

c. Twee landelijke toezichtraadsleden die de landelijke toezichtraad zelf kiest;

d. Het in de statuten genoemde comparant sub 1.

2. De leden van deze kandidatencommissie mogen zichzelf niet verkiesbaar gesteld hebben voor en mogen niet staan op de voormalige kandidatenlijsten van de Tweede Kamer en de Eerste kamer of het Europees Parlement m.u.v. het in de statuten genoemde comparant sub 1.

3. De stemmingen vinden plaats uiterlijk 6 weken voor de dag van de kandidaatstelling, zoals bedoeld in de Kieswet.

4.De nummer één op de lijst zal de lijsttrekker zijn.

5. De door de leden gekozen kandidaten tijdens de stemmingen kiezen uit hun midden zelf een fractievoorzitter, vicefractievoorzitter, secretaris en notulist Voor elke functie vind een stemmingsronde plaats. De kandidaat met de meeste stemmen krijgt de betreffende functie aangewezen.

 

5.4.2.2 – kandidatencommissies Provinciale Staten

 

Artikel 42.

1. Binnen de provinciale kandidatencommissies nemen plaats:

a. Twee provinciale partijbestuursleden die het daarbij horende provinciale partijbestuur zelf kiest;

b. Twee provinciale partijraadsleden die de daarbij horende provinciale partijraad zelf kiest;

c. Twee provinciale toezichtraadsleden die de daarbij horende provinciale toezichtraad zelf kiest;

d. Het in de statuten genoemde comparant sub 1.

2. De leden van deze kandidatencommissies mogen zichzelf niet verkiesbaar gesteld hebben voor en mogen niet staan op de voormalige kandidatenlijsten van de bijhorende Provinciale Staten.

3. De stemmingen vinden plaats uiterlijk 6 weken voor de dag van de kandidaatstelling, zoals bedoeld in de Kieswet.

4.De nummer één op de lijst zal de lijsttrekker zijn.

5. De  door leden gekozen kandidaten tijdens de stemmingen kiezen uit hun midden zelf een fractievoorzitter, vicefractievoorzitter, secretaris en notulist Voor elke functie vind een stemmingsronde plaats. De kandidaat met de meeste stemmen krijgt de betreffende functie aangewezen.

 

5.4.2.3 – kandidatencommissies gemeenteraden

 

Artikel.43

1. Binnen de gemeentelijke kandidatencommissies nemen plaats:

a. Twee gemeentelijke partijbestuursleden die het daarbij horende gemeentelijke partijbestuur zelf kiest;

b. Twee gemeentelijke partijraadsleden die de daarbij horende gemeentelijke partijraad zelf kiest;

c. Twee gemeentelijke toezichtraadsleden die de daarbij horende gemeentelijke toezichtraad zelf kiest;

d. Dhr. Zonneveld.

2. De leden van deze kandidatencommissies mogen zichzelf niet verkiesbaar gesteld hebben voor en mogen niet staan op de voormalige kandidatenlijsten van de bijhorende gemeenteraad.

3. De stemmingen vinden plaats uiterlijk 6 weken voor de dag van de kandidaatstelling, zoals bedoeld in de Kieswet.

4.De nummer één op de lijst zal de lijsttrekker zijn.

5. De  door leden gekozen kandidaten tijdens de stemmingen kiezen uit hun midden zelf een fractievoorzitter, vicefractievoorzitter, secretaris en notulist Voor elke functie vind een stemmingsronde plaats. De kandidaat met de meeste stemmen krijgt de betreffende functie aangewezen.

 

5.4.3 – kandidatencommissies raden

 

Artikel 44.

1. Binnen deze kandidatencommissies nemen op elk deelniveau plaats de op datzelfde deelniveau bijhorende:

a. 10 leden die door het door hun Congres gekozen zijn;

b. 1 lid uit het partijbestuur die door zijn partijbestuur gekozen is;

c. Het in de statuten genoemde comparant sub 1.

2. De leden van deze kandidatencommissies mogen zichzelf niet verkiesbaar gesteld hebben voor en mogen niet deelnemen in de op hun deelniveau bij hun horende raden.

3. De stemmingen vinden plaats uiterlijk 3 weken voor de dag van de kandidaatstelling.

 

5.4.4 – kandidatencommissies partijbesturen

 

Artikel 45.

1. Binnen deze kandidatencommissies nemen op elk deelniveau plaats de op hetzelfde deelniveau daarbij horende:

a. 7 partijraadsleden die door hun partijraad gekozen zijn;

b. 3 toezichtraadsleden die door hun toezichtraad gekozen zijn;

c. Het in de statuten genoemde comparant sub 1.

2. De leden van deze kandidatencommissies mogen zichzelf niet verkiesbaar gesteld hebben voor en mogen niet deelnemen in de op hun deelniveau bijhorende partijbestuur.

3. De stemmingen vinden plaats uiterlijk 3 weken voor de dag van de kandidaatstelling.

 

6 – landelijke, provinciale en gemeentelijke werkgroepen, commissies en afdelingen

 

Artikel 46.

De leden van een raad/commissie/afdeling/werkgroep kiezen zelf hun voorzitter en vicevoorzitter tenzij in deze statuten of in het huishoudelijk reglement anders is bepaald.

 

Artikel 47.

De voorzitter van een raad/commissie/afdeling/werkgroep heeft de volgende taken:

a. het bevorderen van open en eerlijke discussies waarin iedereen zijn mening kan geven t.a.v. de standpuntbepaling en/of de beleidsuitvoering zonder telkens onderbroken te worden;

b. het uitvoeren van de agenda die door de secretaris voorafgaand de vergadering vastgesteld en doorgestuurd is naar de voorzitter en de leden van de betreffende commissie/afdeling/werkgroep.

 

Artikel 48.

Bij afwezigheid van de voorzitter neemt de vicevoorzitter zijn taken over.

 

Artikel 49.

Leden van een raad/commissie/afdeling/werkgroep kiezen zelf hun secretaris.

 

Artikel 50.

1. De secretaris van een raad/commissie/afdeling/werkgroep heeft de volgende taken:

a. voorstellen van leden van de betreffende raad/commissie/afdeling/werkgroep voorafgaande een vergadering van het betreffende orgaan als agendapunten noteren;

b. het regelen van een geschikte locatie waar de vergaderingen van de betreffende raad/commissie/afdeling/werkgroep plaats kan vinden en het tijdig op de hoogte stellen van de leden van het betreffende orgaan van deze locatie;

c. het op tijd melden van hoe laat de vergadering van het betreffende orgaan plaatsvindt;

d. het op basis van verzoeken van leden van het betreffende orgaan een stemmingsronde organiseren over de keuze voor een (nieuwe) voorzitter of (nieuwe) notulist;

2. Hetgeen wat geregeld word door de secretaris genoemd in dit artikel lid 1 moet de secretaris allemaal opsturen naar de websitecommissie op zijn/ haar deelniveau.

 

Artikel 51.

Leden van een raad/commissie/afdeling/werkgroep  kiezen zelf hun notulist.

 

Artikel 52.

Een notulist van een raad/commissie/afdeling/werkgroep heeft de volgende taken:

a. het notuleren van de vergadering van het betreffende orgaan;

b. het opsturen van de notulen en de standpuntbevattende en/of de beleidsuitvoerende documenten naar de websitecommissie op zijn/ haar deelniveau.

 

Artikel 53.

Binnen deze statuten en in het huishoudelijk reglement kunnen overige bepalingen ten aanzien van de raden/commissies/afdelingen/werkgroepen als geheel opgenomen zijn.

 

Artikel 54.

Binnen deze statuten en in het huishoudelijk reglement kunnen overige bepalingen staan t.a.v. de voorzitters, vicevoorzitters, secretarissen en notulisten van de raden/commissies/afdelingen/werkgroepen.

 

6.1.1 – landelijke afdeling financiën

 

Artikel 55.

Iedereen lid die bekwaam genoeg is en een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de taken die uitgevoerd worden door de landelijke afdeling financiën kan hierin deelnemen tot de maximale omvang is bereikt welke bepaald zal worden door het landelijk bestuurslid financiën.

 

Artikel 56.

1. Het landelijk bestuurslid wat verantwoordelijk is voor het landelijke financiële beleid is tevens de voorzitter van de landelijke afdeling financiën.

2. Het landelijke financiële beleid word vastgesteld door het landelijk partijbestuur.

3. Partijbestuursleden op provinciaal en gemeentelijk niveau moeten zich houden aan het landelijke financiële beleid.

4. Bestuursleden mogen in principe niet in strijd handelen tegen het door het landelijk partijbestuur vastgestelde financieel beleid maar kunnen en mogen dit wel als er op hun deelniveau een eenvoudige steun is van een meerderheid van de bijbehorende partijbestuursleden met daarbij ook de steun van het bijbehorende bestuurslid financiën.

5. Binnen het landelijke financiële beleid kunnen overige bepalingen en uitzonderingen staan opgenomen met betrekking op de in dit artikel vermelde leden 3 en 4.

Artikel 57.

De landelijke afdeling financiën heeft als taken het beheren van de financiën op landelijk niveau en het verslag doen hiervan d.m.v. het opstellen van een jaarverslag, jaarrekening en een begroting.

 

6.1.2- provinciale financiële afdelingen

 

Artikel 58.

1. Iedere provincie kent een afdeling financiën.

2. Iedereen lid die bekwaam genoeg is en een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de taken die uitgevoerd worden door een provinciale afdeling financiën kan hierin deelnemen tot de maximale omvang is bereikt welke bepaald zal worden door het bij de in die provincie horende provinciaal bestuurslid financiën.

 

Artikel 59.

De provinciale bestuursleden zijn ieder verantwoordelijk is voor het financiële beleid wat in hun provincie gevoerd word en zij zijn tevens ieder in hun provincie voorzitter van de in die provincie opererende provinciale afdeling financiën.

Artikel 60.

De provinciale afdelingen financiën hebben als taken het beheren van de financiën in hun provincie en het verslag doen hiervan d.m.v. het opstellen van een jaarverslag, jaarrekening en een begroting.

 

6.1.3 gemeentelijke financiële afdelingen

 

Artikel 61.

1. Iedere gemeente kent een afdeling financiën.

2. Iedereen lid die bekwaam genoeg is en een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de taken die uitgevoerd worden door een gemeentelijke afdeling financiën kan hierin deelnemen tot de maximale omvang is bereikt welke bepaald zal worden door het bij de in die gemeente horende gemeentelijke bestuurslid financiën.

 

Artikel 62.

De gemeentelijke bestuursleden zijn ieder verantwoordelijk is voor het financiële beleid wat in hun gemeente gevoerd word en zij zijn tevens ieder in hun gemeente voorzitter van de in hun horende gemeente afdeling financiën.

Artikel 63.

De gemeentelijke afdelingen financiën hebben als taken het beheren van de financiën in hun provincie en het  verslag doen hiervan d.m.v. het opstellen van een jaarverslag, jaarrekening en een begroting.

 

6.2.1 – landelijke afdeling ledenadministratie

 

Artikel 64.

Ieder lid die een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de landelijke ledenadministratie van de MRP kan deelnemen in de landelijke afdeling ledenadministratie tot de maximale omvang bereikt is welke bepaald zal worden door het landelijke bestuurslid ledenadministratie.

 

Artikel 65.

Voorzitter van de landelijke afdeling ledenadministratie is het landelijk bestuurslid met de portefeuille ledenadministratie.

 

Artikel 66.

De landelijke afdeling ledenadministratie heeft de volgende taken:

a. het registreren van mensen als leden die zich inschrijven als leden van de MRP en het onderdelen van deze leden bij de provinciale (en de gemeentelijke) ledenadministratie waar zij woonachtig zijn.

b. het registreren van de leden die lid zijn van de raden op landelijk niveau;

c. het registreren van de leden die lid zijn van het partijbestuur op landelijk niveau;

d. het registreren van de leden die lid zijn van de landelijke afdeling financiën;

e. het registreren van de leden die voorzitter, secretaris, notulist of afgevaardigde van landelijke organen (werkgroepen/commissies/afdelingen) van de MRP zijn.

 

Artikel 67.

1. De mannier waarop de leden geregistreerd worden voor hetgeen wat beschreven staat in artikel 66 a t/m e zal de landelijke afdeling ledenadministratie moeten beschrijven in een plan van aanpak of protocol wat zij overhandigen aan het landelijke partijbestuur.

2. Elk jaar word er door de landelijke afdeling ledenadministratie een jaarverslag ingeleverd aan het landelijke partijbestuur over de werkwijzen die uitgevoerd worden binnen deze afdeling. Richtlijnen voor dit jaarverslag kunnen worden opgesteld door het landelijke partijbestuur.

 

6.2.2 – provinciale afdelingen ledenadministratie

 

Artikel 68.

1. Iedere provincie kent een provinciale ledenadministratie.

2. Ieder lid die een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de provinciale ledenadministratie van de MRP kan deelnemen in een van de provinciale afdelingen ledenadministratie tot de maximale omvang bereikt is welke per provincie bepaald zal worden door het bijhorende provinciale bestuurslid ledenadministratie.

 

Artikel 69.

De provinciale bestuursleden ledenadministratie zijn ieder verantwoordelijk voor de ledenadministratie in hun provincie en zij zijn tevens ieder in hun provincie de voorzitter van de daarbij horende provinciale afdeling ledenadministratie.

 

Artikel 70.

De provinciale afdelingen ledenadministratie hebben ieder in hun provincie ten aanzien van de leden in alleen hun provincie de volgende taken:

a. het registreren van provinciale leden die zich ingeschreven hebben als leden van de MRP en woonachtig zijn in dezelfde provincie en het onderverdelen van deze leden bij de gemeentelijke ledenadministratie van de gemeente waar zij woonachtig zijn.

b. het registreren van de leden in hun provincie die lid zijn van de bij dezelfde provincie horende provinciale raden;

c. het registreren van de leden in hun provincie die lid zijn van het bij dezelfde provincie horende provinciale partijbestuur;

d. het registreren van de leden in hun provincie die lid zijn van de bij dezelfde provincie horende afdeling financiën;

e. het registreren van de leden in hun provincie die voorzitter, secretaris, notulist of afgevaardigde van de in dezelfde provincie opererende organen (werkgroepen/commissies/afdelingen) zijn.

 

Artikel 71.

1. De mannier waarop de leden geregistreerd worden voor hetgeen wat beschreven staat in artikel 70 a t/m e zullen de provinciale afdelingen ledenadministratie moeten beschrijven in een plan van aanpak of protocol wat zij ieder overhandigen aan hun provinciale partijbestuur.

2. Elk jaar worden er door de provinciale afdelingen ledenadministratie door ieder een jaarverslag ingeleverd aan de voor ieder bij hun horende partijbestuur over de werkwijzen die uitgevoerd worden binnen deze afdeling. Richtlijnen voor dit jaarverslag kunnen worden opgesteld door het landelijke partijbestuur en de provinciale partijbesturen.

 

6.2.3 – gemeentelijke afdelingen ledenadministratie

 

Artikel 72.

1. Iedere gemeente kent een gemeentelijke ledenadministratieve afdeling.

2. Ieder lid die een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de gemeentelijke ledenadministratie van de MRP kan deelnemen in een van de gemeentelijke ledenadministratieve afdelingen  tot de maximale omvang bereikt is welke per gemeente bepaald zal worden door het bijhorende gemeentelijke bestuurslid ledenadministratie.

 

Artikel 73.

De gemeentelijke bestuursleden ledenadministratie zijn ieder verantwoordelijk voor de ledenadministratie in hun gemeente en zij zijn tevens ieder in hun gemeente de voorzitter van de daarbij horende gemeentelijke afdeling ledenadministratie.

 

Artikel 74.

De gemeentelijke ledenadministratieve afdelingen hebben ieder in hun gemeente ten aanzien van de leden in alleen hun gemeente de volgende taken:

a. het registreren van gemeentelijke leden die zich ingeschreven hebben als leden van de MRP en woonachtig zijn in dezelfde gemeente (en eventueel het onderverdelen van deze leden over de wijken waarin zij binnen de gemeente woonachtig zijn)..

b. het registreren van de leden in hun gemeente die lid zijn van de bij diezelfde gemeente horende gemeentelijke raden;

c. het registreren van de leden in hun gemeente die lid zijn van het bij diezelfde gemeente horende gemeentelijke partijbestuur;

d. het registreren van de leden in hun gemeente die lid zijn van de bij diezelfde gemeente horende afdeling financiën;

e. het registreren van de leden in hun gemeente die voorzitter, secretaris, notulist of afgevaardigde van de in diezelfde gemeente opererende organen (werkgroepen/commissies/afdelingen) zijn.

 

Artikel 75.

1. De mannier waarop de leden geregistreerd worden voor hetgeen wat beschreven staat in artikel 74 a t/m e zullen de gemeentelijke afdelingen ledenadministratie moeten beschrijven in een plan van aanpak of protocol wat zij ieder overhandigen aan hun gemeentelijke partijbestuur.

2. Elk jaar worden er door de gemeentelijke afdelingen ledenadministratie door ieder een jaarverslag ingeleverd aan de voor ieder bij hun horende partijbestuur over de werkwijzen die uitgevoerd worden binnen deze afdeling. Richtlijnen voor dit jaarverslag kunnen worden opgesteld door het landelijke partijbestuur en het provinciaal partijbestuur waaronder de gemeente valt en door het gemeentelijke bestuur zelf.

 

6.3.1 – landelijke afdeling personeelsadministratie (en –organisatie)

Artikel 76.

Ieder lid die een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de landelijke personeelsadministratie van de MRP kan deelnemen in de landelijke afdeling personeelsadministratie tot de maximale omvang bereikt is welke bepaald zal worden door het landelijke bestuurslid personeelsadministratie.

 

Artikel 77.

Het landelijke bestuurslid personeelsadministratie is verantwoordelijke voor de landelijke personeelsadministratie en is tevens de voorzitter van de landelijke afdeling personeelsadministratie/organisatie.

 

Artikel 78.

De landelijke afdeling personeelsadministratie heeft de volgende taken:

a. het registreren van personeelsleden die een betaalde functie uitvoeren voor of binnen de MRP op landelijk niveau;

b. het vermelden van vacatures die openstaan voor betaalde functies voor of binnen de MRP op landelijk niveau;

c. al de overige taken die komen kijken bij de personeelsadministratie/organisatie op landelijke niveau.

 

Artikel 79.

Het landelijk partijbestuur bepaald waarop de landelijke personeelsleden geregistreerd worden. Tevens kan het partijbestuur advies geven over de werkwijzen en andere bepalingen ten aanzien van de landelijke personeelsorganisatie/administratie.

 

6.3.2 – provinciale personeelsadministratieve (en organisatorische) afdelingen

 

Artikel 80.

1. Iedere provincie kent een provinciale personeelsadministratieve afdeling.

2. Ieder lid die een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de provinciale personeelsadministratie van de MRP kan deelnemen in een van de provinciale personeelsadministratieve afdelingen tot de maximale omvang bereikt is welke per provincie bepaald zal worden door het daarbij horende provinciale bestuurslid personeelsadministratie.

 

Artikel 81.

De provinciale bestuursleden personeelsadministratie zijn verantwoordelijke voor hun eigen provinciale personeelsadministratie en zij zijn tevens ieder de voorzitter van hun provinciale afdeling personeelsadministratie/organisatie.

 

Artikel 82.

De provinciale afdelingen personeelsadministratie hebben ieder in hun provincie ten aanzien van de personeelsleden in alleen hun provincie de volgende taken:

a. het registreren van de in hun provincie werkende personeelsleden die binnen deze provincie een betaalde functie uitoefenen;

b. het vermelden van vacatures die openstaan voor betaalde functies binnen de provincie;

c. al de overige taken die komen kijken bij de personeelsadministratie/organisatie in de provincie.

 

Artikel 83.

De provinciale partijbesturen bepalen waarop het de in hun provincie opererende personeelsleden geregistreerd worden. Tevens kan een provinciaal partijbestuur advies geven over de werkwijzen en andere bepalingen ten aanzien van de bij hun horende provinciale personeelsorganisatie/administratie.

 

6.3.3 – gemeentelijke personeelsadministratieve (en organisatorische) afdelingen

 

Artikel 84.

1. Iedere gemeente kent een gemeentelijke personeelsadministratieve afdeling.

2. Ieder lid die een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de gemeentelijke personeelsadministratie van de MRP kan deelnemen in een van de gemeentelijke personeelsadministratieve afdelingen tot de maximale omvang bereikt is welke per gemeente bepaald zal worden door het daarbij horende gemeentelijke bestuurslid personeelsadministratie.

 

Artikel 85.

De gemeentelijke bestuursleden personeelsadministratie zijn verantwoordelijke voor hun eigen gemeentelijke personeelsadministratie en zij zijn tevens ieder de voorzitter van hun gemeentelijke afdeling personeelsadministratie/organisatie.

 

Artikel 86.

De gemeentelijke afdelingen personeelsadministratie hebben ieder in hun gemeente ten aanzien van de personeelsleden in alleen hun gemeente de volgende taken:

a. het registreren van de in hun gemeente werkende personeelsleden die binnen deze gemeente een betaalde functie uitoefenen;

b. het vermelden van vacatures die openstaan voor betaalde functies binnen de gemeente;

c. al de overige taken die komen kijken bij de personeelsadministratie/organisatie in de gemeente.

 

Artikel 87.

De gemeentelijke partijbesturen bepalen waarop het de in hun gemeente opererende personeelsleden geregistreerd worden. Tevens kan een gemeentelijke partijbestuur advies geven over de werkwijzen en andere bepalingen ten aanzien van de bij hun horende gemeentelijke personeelsorganisatie/administratie.

 

6.4.1 – landelijke websitecommissie

 

Artikel 88.

Ieder lid die op landelijk niveau een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de opbouw en het websitebeheer van de (toekomstige) website van de MRP kan deelnemen in de landelijke websitecommissie tot de maximale omvang bereikt is welke bepaald word door het landelijk bestuurslid websiteopbouw en –beheer.

 

Artikel 89.

Voorzitter van de landelijke websitecommissie is het landelijk bestuurslid met de portefeuille websiteopbouw en –beheer.

 

Artikel 90.

De landelijke websitecommissie heeft de taken om een website op te bouwen voor en over de MRP en deze op landelijk en Europees niveau te onderhouden.

 

Artikel 91.

1. De mannier waarop de landelijke websitecommissie haar taken uitvoert/gaat uitvoeren zoals in artikel 86 van dit huishoudelijk reglement is beschreven zal zij beschrijven in een plan van aanpak of protocol wat zij zal  overhandigen aan het landelijke partijbestuur.

2. Elk jaar zal de landelijke websitecommissie een jaarverslag over de werkwijzen die zij uitgevoerd hebben en nog gaan uitvoeren en hoe zij hun doelstellingen willen bereiken inleveren aan het landelijk partijbestuur.

 

6.4.2 – provinciale websitecommissies

 

Artikel 92.

Ieder lid die op provinciaal niveau een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de opbouw en het websitebeheer van de (toekomstige) website van de MRP kan deelnemen in de provinciale websitecommissie tot de maximale omvang bereikt is welke bepaald word door de bij dezelfde provinciale horende provinciaal bestuurslid websiteopbouw en –beheer.

 

Artikel 93.

De provinciaal bestuursleden websiteopbouw en –beheer zijn verantwoordelijk voor hun eigen provinciale websiteopbouw en –onderhoud en zij zijn tevens ieder voorzitter van de in hun provincie opererende  websitecommissie.

 

Artikel 94.

De provinciale websitecommissies hebben ieder voor hun eigen provincie de taak om de landelijke website op hun eigen provinciale niveau te onderhouden.

 

Artikel 95.

1. De mannier waarop de provinciale websitecommissies haar taak uitvoert/gaat uitvoeren zoals in artikel 90 van dit huishoudelijk reglement is beschreven zullen zij beschrijven in een plan van aanpak of protocol wat zij aan hun bijbehorende provinciale partijbestuur zullen overhandigen.

2. Elk jaar zullen de provinciale websitecommissies voor hun ieder een jaarverslag over de werkwijzen die zij uitgevoerd hebben en nog gaan uitvoeren en hoe zij hun doelstellingen willen bereiken inleveren aan het provinciaal partijbestuur waar zij onder vallen.

 

6.4.3 – gemeentelijke websitecommissies

 

Artikel 96.

Ieder lid die op gemeentelijk niveau een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de opbouw en het websitebeheer van de (toekomstige) website van de MRP kan deelnemen in de gemeentelijke websitecommissie tot de maximale omvang bereikt is welke bepaald word door de bij dezelfde gemeente horende gemeentelijk bestuurslid websiteopbouw en –beheer.

 

Artikel 97.

De gemeentelijke bestuursleden websiteopbouw en –beheer zijn verantwoordelijk voor hun eigen gemeentelijke websiteopbouw en –onderhoud en zij zijn tevens ieder voorzitter van de in hun gemeente opererende  websitecommissie.

 

Artikel 98.

De gemeentelijke websitecommissies hebben ieder voor hun eigen gemeente de taak om de landelijke website op hun eigen gemeentelijke niveau te onderhouden.

 

Artikel 99.

1. De mannier waarop de gemeentelijke websitecommissies haar taak uitvoert/gaat uitvoeren zoals in artikel 94 van dit huishoudelijk reglement is beschreven zullen zij beschrijven in een plan van aanpak of protocol wat zij aan hun bijbehorende gemeentelijke partijbestuur zullen overhandigen.

2. Elk jaar zullen de gemeentelijke websitecommissies voor hun ieder een jaarverslag over de werkwijzen die zij uitgevoerd hebben en nog gaan uitvoeren en hoe zij hun doelstellingen willen bereiken inleveren aan het gemeentelijk partijbestuur waar zij onder vallen.

 

6.5.1 – landelijke digitaliseringcommissie

 

Artikel 100.

Ieder lid die een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de modernisering en digitalisering van activiteiten die binnen de MRP op landelijk niveau verricht worden kan deelnemen in de landelijke digitaliseringcommissie tot de maximale omvang is bereikt welke bepaald zal worden door het landelijk bestuurslid digitalisering en modernisering stemmingen en overige zaken (landelijk bestuurslid digitalisering).

 

Artikel 101.

Het landelijk bestuurslid digitalisering is op landelijk niveau binnen de MRP verantwoordelijk voor de digitalisering en moderniseringprocessen en hij/zij is tevens voorzitter van de landelijke digitaliseringcommissie.

 

Artikel 102.

De landelijke digitaliseringcommissie heeft de taken om de activiteiten die binnen de MRP verricht worden en de deelnemerkandidaten en congresstukken waarover gestemd word te digitaliseren en de moderniseren. Kortom, creatie digitale stemmingsprocessen (op een online netwerk?).

 

Artikel 103.

1. De mannier waarop de landelijke digitaliseringcommissie haar taken uitvoert/gaat uitvoeren zoals in artikel 102 van dit huishoudelijk reglement is beschreven zal zij beschrijven in een plan van aanpak of protocol wat zij zal overhandigen aan het landelijke partijbestuur.

2. Elk jaar zal de landelijke digitaliseringcommissie een jaarverslag over de werkwijzen die zij uitgevoerd hebben en nog gaan uitvoeren en hoe zij hun doelstellingen willen bereiken inleveren aan het landelijk partijbestuur.

 

6.5. 2 – provinciale digitaliseringcommissies

 

Artikel 104.

Ieder lid die een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de modernisering en digitalisering van activiteiten die binnen de MRP op provinciaal niveau verricht worden kan deelnemen in een van de provinciale digitaliseringcommissies tot de maximale omvang van zo’n provinciale digitaliseringcommissie bereikt is welke bepaald zal worden door het daarbij horende provinciale bestuurslid digitalisering.

 

Artikel 105.

De provinciale bestuursleden digitalisering zijn ieder op hun eigen provinciaal niveau verantwoordelijk voor de digitalisering en de modernisering van stemmingsprocessen  en tevens zijn zij ieder voorzitter van de provinciale digitaliseringcommissie.

 

Artikel 106.

De provinciale digitaliseringcommissies hebben de taken om de activiteiten die binnen hun provincies verricht worden en de deelnemerkandidaten en congresstukken waarover gestemd word te digitaliseren en de moderniseren. Kortom, creatie digitale stemmingsprocessen (op een online netwerk?).

 

Artikel 107.

1. De mannier waarop de provinciale digitaliseringcommissies haar taken uitvoert/gaat uitvoeren zoals in artikel 106 van dit huishoudelijk reglement is beschreven zal zij beschrijven in een plan van aanpak of protocol wat zij ieder zullen overhandigen aan hun provinciaal partijbestuur.

2. Elk jaar zullen de provinciale digitaliseringcommissies ieder een jaarverslag over de werkwijzen die zij uitgevoerd hebben en nog gaan uitvoeren en hoe zij hun doelstellingen willen bereiken inleveren aan hun provinciaal partijbestuur.

 

6.5.3 – gemeentelijke digitaliseringcommissies

 

Artikel 108.

Ieder lid die een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de modernisering en digitalisering van activiteiten die binnen de MRP op gemeentelijk niveau verricht worden kan deelnemen in een van de gemeentelijke digitaliseringcommissies tot de maximale omvang van zo’n gemeentelijk digitaliseringcommissie bereikt is welke bepaald zal worden door het daarbij horende gemeentelijke bestuurslid digitalisering.

 

Artikel 109.

De gemeentelijke bestuursleden digitalisering zijn ieder op hun eigen gemeentelijk niveau verantwoordelijk voor de digitalisering en de modernisering van stemmingsprocessen  en tevens zijn zij ieder voorzitter van de gemeentelijke digitaliseringcommissie.

 

Artikel 110.

De gemeentelijke digitaliseringcommissies hebben de taken om de activiteiten die binnen hun gemeente verricht worden en de deelnemerkandidaten en congresstukken waarover gestemd word te digitaliseren en de moderniseren. Kortom, creatie digitale stemmingsprocessen (op een online netwerk?).

 

Artikel 111.

1. De mannier waarop de gemeentelijke digitaliseringcommissies haar taken uitvoert/gaat uitvoeren zoals in artikel 110 van dit huishoudelijk reglement is beschreven zal zij beschrijven in een plan van aanpak of protocol wat zij ieder zullen overhandigen aan hun gemeentelijk partijbestuur.

2. Elk jaar zullen de gemeentelijke digitaliseringcommissies ieder een jaarverslag over de werkwijzen die zij uitgevoerd hebben en nog gaan uitvoeren en hoe zij hun doelstellingen willen bereiken inleveren aan hun gemeentelijk partijbestuur.

 

6.6 – landelijke, provinciale en gemeentelijke stemmingcommissie(s)

 

Artikel 112.

Ieder lid die een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de verwerking van de stemmingen/stemmingprocessen die zich binnen de MRP op elk niveau afspelen kan deelnemen in een van de stemmingcommissies tot de maximale omvang van zo’n stemmingcommissie bereikt is welke bepaald zal worden door het op datzelfde niveau daarbij horende bestuurslid stemmingen.

 

Artikel 113.

De op elk niveau opererende bestuursleden stemmingen zijn ieder op hun bijhorend deelniveau verantwoordelijk voor het tellen van de stemmingen en het bekendmaken en het laten publiceren van de uitslagen van deze stemmingen.

 

Artikel 114.

1.Op landelijk niveau en op provinciaal niveau per provincie en op gemeentelijk niveau per gemeente is er per deelniveau slechts één stemmingscommissie die ten aanzien van haar bijbehorende deelniveau de volgende taken heeft:

a. het tellen van of het controleren van de stemmingen over congresstukken en deelnemerkandidaten;

b. het na bekendwording direct bekend maken van de uitslagen van de stemmingen;

c. de uitslagen van de stemmingen laten publiceren door de websitecommissie op het bijbehorende deelniveau.

2. Op landelijk niveau en op provinciaal niveau per provincie en op gemeentelijk niveau per gemeente kunnen de taken van de stemmingscommissie uitgevoerd worden door:

a. de stemmingscommissie;

b. de op het bijbehorende deelniveau aanwezige ledenadministratie;

c. de op het bijbehorende niveau aanwezige digitaliseringcommissie.

3. In het geval het genoemde in dit artikel lid 2 b en c plaatsvindt zal dit nog steeds gebeuren onder verantwoordelijkheid van het op datzelfde niveau opererende bestuurslid stemmingen. De stemmingcommissies hebben in deze gevallen een controlerende taak.

 

Artikel 115.

1. De manieren waarop de stemmingscommissies haar taken uitvoert leggen zij ieder vast in een plan van aanpak of protocol en overhandigen dit aan hun partijbestuur.

2. Elk jaar zullen de stemmingcommissies ieder een jaarverslag over de werkwijzen die zij uitgevoerd hebben en nog gaan uitvoeren en hoe zij hun doelstellingen willen bereiken inleveren aan hun partijbestuur.

 

6.7.1 – landelijke commissie campagne en publiciteit

 

Artikel 116.

Ieder lid die een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de landelijke campagnevoering van en voor de MRP kan deelnemen in de landelijke commissie campagnevoering tot de maximale omvang is  welke bepaald word door het landelijk bestuurslid campagne en publiciteit.

 

Artikel 117.

Het landelijk partijbestuurslid campagne en publiciteit is tevens voorzitter van de landelijke commissie campagnevoering en publiciteit.

 

Artikel 118.

De landelijke commissie campagnevoering heeft als taak het voeren van een landelijke campagne voor de landelijke en Europese standpunten van de MRP  zowel binnen als buiten verkiezingentijden.

 

Artikel 119.

1. De manieren waarop de landelijke commissie campagnevoering haar taken uitvoert zal zij  vastleggen in een plan van aanpak of protocol en overhandigen dit aan het landelijk partijbestuur.

2. Elk jaar zal de landelijke commissies campagnevoering en publiciteit een jaarverslag over de werkwijzen die zij uitgevoerd hebben en nog gaan uitvoeren en hoe zij hun doelstellingen willen bereiken inleveren aan het landelijk partijbestuur.

 

6.7.2 – provinciale commissies campagne en publiciteit

 

Artikel 120.

Ieder lid die een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de provinciale campagnevoering van en voor de MRP kan deelnemen in de provinciale commissies campagnevoering op zijn of haar deel niveau of op een ander deelniveau tot de maximale omvang daarvan bereikt is welke bepaald zal worden door het op dat deelniveau opererende provinciale partijbestuurlid campagne en publiciteit.

 

Artikel 121.

De provinciale partijbestuursleden campagne en publiciteit ieder zijn ieder op hun eigen deelniveau verantwoordelijk voor de campagnevoering en publiciteit en zij zijn ieder op hun eigen deelniveau tevens voorzitter van de op hun deelniveau opererende commissie campagnevoering en publiciteit.

 

Artikel 122.

1. De provinciale commissies campagnevoering en publiciteit hebben ieder op hun eigen deelniveau (in hun eigen provincie) de taken om:

a. in hun eigen provincie campagne te voeren voor het in hun provincie geldende mondiaal realistische standpunten/verkiezingprogramma en het verzorgen van de publiciteit hiervoor zowel binnen als buiten de verkiezingstijd(en);

b. in hun eigen provincie campagne te voeren voor de landelijk mondiaal realistische standpunten/het landelijke mondiaal realistisch verkiezingprogramma en het verzorgen van de publiciteit hiervoor zowel binnen als buiten de verkiezingstijd(en). De landelijke commissie campagnevoering zal zelf de landelijke campagnevoering verzorgen en zij zal deze coördineren over de provinciale commissies campagnevoering en publiciteit.

c. in hun provincie de landelijke campagnevoering te coördineren over de in hun provincie opererende gemeentelijke commissies campagnevoering en publiciteit.

2. De landelijke commissie campagnevoering zal voor de in dit artikel lid 1 a t/m c genoemde taken richtlijnen opstellen voor de provincies en gemeente waarbij het wenselijk is dat zij zich aan deze opgestelde richtlijnen houden.

 

Artikel 123.

1. De manieren waarop de provinciale commissies campagnevoering haar taken uitvoeren zullen zij  vastleggen in een plan van aanpak of protocol en overhandigen ieder aan hun eigen provinciaal partijbestuur.

2. Elk jaar zullen de provinciale commissies campagnevoering en publiciteit een jaarverslag over de werkwijzen die zij uitgevoerd hebben en nog gaan uitvoeren en hoe zij hun doelstellingen willen bereiken inleveren ieder aan hun eigen provinciaal partijbestuur.

 

6.7.3 – gemeentelijke commissies campagne en publiciteit

 

Artikel 124.

Ieder lid die een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de gemeentelijke campagnevoering van en voor de MRP kan deelnemen in de gemeentelijke commissies campagnevoering op zijn of haar deel niveau of op een ander deelniveau tot de maximale omvang daarvan bereikt is welke bepaald zal worden door het op dat deelniveau opererende gemeentelijke partijbestuurlid campagne en publiciteit.

 

Artikel 125.

De gemeentelijke partijbestuursleden campagne en publiciteit ieder zijn ieder op hun eigen deelniveau verantwoordelijk voor de campagnevoering en publiciteit en zij zijn ieder op hun eigen deelniveau tevens voorzitter van de op hun deelniveau opererende commissie campagnevoering en publiciteit.

 

Artikel 126.

1. De gemeentelijke commissies campagnevoering en publiciteit hebben ieder op hun eigen deelniveau (in hun eigen gemeente) de taken om:

a. in hun eigen gemeente campagne te voeren voor het in hun gemeente geldende mondiaal realistische standpunten/verkiezingprogramma en het verzorgen van de publiciteit hiervoor zowel binnen als buiten de verkiezingstijd(en);

b. in hun eigen gemeente campagne te voeren voor de in hun provincie door de in hun provincie opererende provinciale fractie geformuleerde mondiaal realistische standpunten en verkiezingprogramma en het verzorgen van de publiciteit hiervoor zowel binnen als buiten de verkiezingstijd(en). De provinciale commissie campagnevoering zal zelf de provinciale campagnevoering verzorgen en zij zal deze coördineren over de in hun  provincie gemeentelijke commissies campagnevoering en publiciteit.

c. in hun eigen gemeente campagne te voeren voor de landelijk mondiaal realistische standpunten en voor het landelijk mondiaal realistisch verkiezingenprogramma. De landelijke campagnecommissie zal zelf de landelijke campagnevoering verzorgen en zij zal deze coördineren over de provinciale commissies. De provinciale provincies z coördineren over de in hun provincie opererende gemeentelijke commissies campagnevoering en publiciteit. De provinciale campagnecommissies zullen vervolgens ieder in hun provincie de landelijke campagnevoering coördineren over de in hun provincie opererende gemeentelijke commissies campagnevoering en publiciteit.

2. De landelijke commissie campagnevoering zal voor de in dit artikel lid 1 a t/m c genoemde taken richtlijnen opstellen voor de provincies en gemeente waarbij het wenselijk is dat zij zich aan deze opgestelde richtlijnen houden.

 

Artikel 127.

1. De manieren waarop de gemeentelijke commissies campagnevoering haar taken uitvoeren zullen zij  vastleggen in een plan van aanpak of protocol en overhandigen ieder aan hun eigen provinciaal partijbestuur.

2. Elk jaar zullen de gemeentelijke commissies campagnevoering en publiciteit een jaarverslag over de werkwijzen die zij uitgevoerd hebben en nog gaan uitvoeren en hoe zij hun doelstellingen willen bereiken inleveren ieder aan hun eigen gemeentelijk partijbestuur.

 

6.8.1 – landelijke commissie organisatorische en administratieve ondersteuning

 

Artikel 128.

Ieder lid die een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de organisatorische en administratieve ondersteuning van  het landelijke partijbestuur en haar afdelingen en commissies kan deelnemen in de landelijke commissie organisatorische en administratieve ondersteuning tot de maximale omvang is bereikt welke bepaald zal worden door het landelijk bestuurslid organisatorische en administratieve ondersteuning.

 

Artikel 129.

Het landelijk partijbestuurslid organisatorische en administratieve ondersteuning is tevens voorzitter van de landelijke commissie organisatorische en administratieve ondersteuning.

 

Artikel 130.

De landelijke commissie organisatorische en administratieve ondersteuning heeft als taak om organisatorische en administratieve steun te verlenen aan het landelijke partijbestuur en aan haar afdelingen en commissies..

 

Artikel 131.

1. De manieren waarop de landelijke commissie organisatorische en administratieve ondersteuning haar taken uitvoert zal zij vastleggen in een plan van aanpak of protocol en overhandigen dit aan het landelijk partijbestuur.

2. Elk jaar zal de landelijke commissie organisatorische en administratieve ondersteuning een jaarverslag over de werkwijzen die zij uitgevoerd hebben en nog gaan uitvoeren en hoe zij hun doelstellingen willen bereiken inleveren aan het landelijk partijbestuur.

 

6.8.2. – provinciale commissies organisatorische en administratieve ondersteuning

 

Artikel 132.

Ieder lid die een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de organisatorische en administratieve ondersteuning van  de provinciale partijbesturen en haar afdelingen en commissies/ kan deelnemen in een van de provinciale commissies organisatorische en administratieve ondersteuning tot de maximale omvang is bereikt welke bepaald zal worden door het provinciale partijbestuurslid organisatorische en administratieve ondersteuning.

 

Artikel 133.

De provinciale partijbestuursleden organisatorische en administratieve ondersteuning zijn ieder op hun eigen deelniveau verantwoordelijk voor de organisatorische en administratieve ondersteuning en zij zijn ieder op hun eigen deelniveau tevens voorzitter van de op hun deelniveau opererende commissie organisatorische en administratieve ondersteuning.

 

Artikel 134.

De provinciale commissies organisatorische en administratieve ondersteuning hebben ieder als taak om binnen hun eigen provincie organisatorische en administratieve steun te verlenen aan het provinciale partijbestuur en aan haar afdelingen en commissies.

 

Artikel 135.

1. De manieren waarop de provinciale commissies organisatorische en administratieve ondersteuning haar taken uitvoeren zullen zij ieder vastleggen in een plan van aanpak of protocol en overhandigen aan hun provinciale partijbestuur.

2. Elk jaar zullen de provinciale commissie organisatorische en administratieve ondersteuning ieder een jaarverslag over de werkwijzen die zij uitgevoerd hebben en nog gaan uitvoeren en hoe zij hun doelstellingen willen bereiken inleveren aan hun provinciale partijbestuur.

 

3.8.3 – gemeentelijke commissie organisatorische en administratieve ondersteuning

 

Artikel 136.

Ieder lid die een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de organisatorische en administratieve ondersteuning van  de gemeentelijke partijbesturen en haar afdelingen en commissies/ kan deelnemen in een van de gemeentelijke commissies organisatorische en administratieve ondersteuning tot de maximale omvang is bereikt welke bepaald zal worden door het bijhorend gemeentelijke partijbestuurslid organisatorische en administratieve ondersteuning.

 

Artikel 137.

De gemeentelijke partijbestuursleden organisatorische en administratieve ondersteuning zijn ieder op hun eigen deelniveau verantwoordelijk voor de organisatorische en administratieve ondersteuning en zij zijn ieder op hun eigen deelniveau tevens voorzitter van de op hun deelniveau opererende commissie organisatorische en administratieve ondersteuning.

 

Artikel 138.

De gemeentelijke commissies organisatorische en administratieve ondersteuning hebben ieder als taak om binnen hun eigen gemeente organisatorische en administratieve steun te verlenen aan het gemeentelijke partijbestuur en aan haar afdelingen en commissies.

 

Artikel 139.

1. De manieren waarop de gemeentelijke commissies organisatorische en administratieve ondersteuning haar taken uitvoeren zullen zij ieder vastleggen in een plan van aanpak of protocol en overhandigen aan hun gemeentelijke partijbestuur.

2. Elk jaar zullen de gemeentelijke commissie organisatorische en administratieve ondersteuning ieder een jaarverslag over de werkwijzen die zij uitgevoerd hebben en nog gaan uitvoeren en hoe zij hun doelstellingen willen bereiken inleveren aan hun gemeentelijk partijbestuur.

 

3.9landelijke vertalingcommissie

 

Artikel 140.

Ieder lid die een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan de vertaling van op landelijk (en provinciaal en gemeentelijk) niveau standpuntbevattende documenten van de MRP kan deelnemen in de landelijke vertalingcommissie tot de maximale omvang is welke bepaald zal worden door het landelijk bestuurslid vertaling.

 

Artikel 141.

Het landelijk partijbestuurslid vertaling is verantwoordelijk voor een goede uitvoering van de taken van de landelijke vertalingcommissie en is tevens voorzitter van de landelijke vertalingcommissie.

 

Artikel 142.

De taken van de landelijke vertalingcommissie zijn:

a. Het vertalen van landelijke van de MRP standpuntbevattende documenten van het Nederlands naar een buitenlandse taal;

b. Het vertalen van voor de MRP belangrijke buitenlandse documenten van de buitenlandse taal naar het Nederlands;

c. het ondersteunen van de oprichtingcommissie MRP’en in het buitenland.

 

Artikel 143.

1. De manieren waarop de landelijke vertalingcommissie haar taken uitvoert zal zij vastleggen in een plan van aanpak of protocol en dit overhandigen aan het landelijk partijbestuur.

2. Elk jaar zal de landelijke vertalingcommissies een jaarverslag over de werkwijzen die zij uitgevoerd hebben en nog gaan uitvoeren en hoe zij hun doelstellingen willen bereiken inleveren aan het landelijk partijbestuur.

 

6.10 -  oprichtingcommissie MRP’en in het buitenland

 

Artikel 144.

Ieder lid die een bijdrage wil leveren aan het oprichten van MRP’en in het buitenland is van harte welkom om deel te nemen in de oprichtingscommissie MRP’en in het buitenland tot de maximale omvang is bereikt welke vastgesteld zal worden door het landelijk bestuurslid oprichting MRP’en in het buitenland.

 

Artikel 145.

Voorzitter van de oprichtingscommissie MRP’en in het buitenland is het landelijk bestuurslid met de portefeuille oprichting MRP’en in het buitenland.

 

Artikel 146.

De oprichtingscommissie MRP’en in het buitenland heeft de taken om MRP’en in het buitenland op te richten om daarmee het gedachtegoed en de standpunten van het mondiaal realisme te realiseren.

 

Artikel 147.

1. De manieren waarop de oprichtingcommissie MRP in het buitenland haar taken uitvoert zal zij vastleggen in een plan van aanpak of protocol en dit overhandigen aan het landelijk partijbestuur.

2. Elk jaar zal de landelijke oprichtingcommissie MRP in het buitenland een jaarverslag over de werkwijzen die zij uitgevoerd hebben en nog gaan uitvoeren en hoe zij hun doelstellingen willen bereiken inleveren aan het landelijk partijbestuur.

 

6.11 – commissie internationale contacten

 

Artikel 148.

Ieder lid die een (vrijwillige) bijdrage wil leveren aan het onderhouden van internationale contacten van de MRP in het buitenland kan deelnemen in de commissie internationale contacten buitenland tot de maximale omvang bereikt is welke vastgesteld is door het landelijk bestuurslid internationale contacten.

 

Artikel 149.

Voorzitter van de commissie internationale contacten is het landelijk bestuurslid met de portefeuille internationale contacten.

 

Artikel 150.

De commissie internationale contacten heeft de taken:

a. het onderhouden van internationale contacten die van belang zijn voor het MRP;

b. het ondersteunen van de oprichtingcommissie MRP’en in het buitenland.

 

Artikel 151.

1. De manieren waarop de commissie internationale contacten haar taken uitvoert zal zij vastleggen in een plan van aanpak of protocol en dit overhandigen aan het landelijk partijbestuur.

2. Elk jaar zal de commissie internationale contacten een jaarverslag over de werkwijzen die zij uitgevoerd hebben en nog gaan uitvoeren en hoe zij hun doelstellingen willen bereiken inleveren aan het landelijk partijbestuur.

 

7 – overige algemene bepalingen t.a.v. het in de statuten genoemde comparant sub 1

 

Artikel 152.

1. Het in de statuten genoemde comparant sub 1 is bevoegd om af te wijken van de bepalingen die opgenomen zijn in het huishoudelijk reglement.

2. Het in de statuten genoemde comparant sub 1 kan indien hij dit verlangt overal binnen de partij deelnemen in de organen.

3. Het in de statuten genoemde comparant sub 1 kan indien hij dit verlangt betrokken worden in organen waarin de MRP vertegenwoordigd is.

4. Het in de statuten genoemde comparant sub 1 zal namens de MRP benoemd worden tot onderhandelaar bij de formatie van een kabinet waarin de MRP mogelijk deelneemt.

5. Het in de statuten genoemde comparant sub 1 zal wanneer de MRP deel gaat nemen in een kabinet indien hij dit wil benoemt worden tot formateur indien zeker is dat namens de MRP iemand benoemt gaat worden tot formateur.

6. Bij potentiële regeringsdeelname van de MRP en indien de MRP de grootste politieke partij is, is het in de statuten genoemde comparant sub 1 ministerpresidentskandidaat nummer 1.

Comments are closed.