Ontwikkelingshulp

Primaire levensbehoeften

Producten die noodzakelijk zijn om te overleven zijn de primaire levensbehoeften. Dit zijn schoon en drinkbaar water, voedsel, kleding, huisvesting en gezondheidszorg.

 

Secundaire levensbehoeften:

Secundaire levensbehoeften zijn het deelnemen aan het sociale leven, degelijk onderwijs en ontspanning.

 

Armoede

De Verenigde Naties (VN) definiëren armoede als het niet kunnen voorzien in de primaire levensbehoeften.

 

Uitgangspunt 1:

De MRP acht het modern kolonialisme verantwoordelijk voor het veroorzaken en het in stand houden van de armoede binnen ontwikkelingslanden.

 

Ontwikkelingssamenwerking

Ontwikkelingssamenwerking is bedoeld om derdewereld- of ontwikkelingslanden en hun burgers en instellingen te helpen zich verder te ontwikkelen en zo een hogere levensstandaard te bereiken.

 

Uitgangspunt 2:

De MRP introduceert het voorstel tot en pleit voor de vorming van duurzame continentale economieën zoals dit eerder beschreven is. Hiermee worden stabiele en meer onafhankelijkere economieën gevormd. Met de vorming van continentale economieën zal tevens voorgoed een eind gemaakt worden aan de uitbuiting van ontwikkelingslanden door het modern kolonialisme. 

 

Uitgangspunt 3:

Ontwikkelingshulp zou gericht moeten zijn op zelfvoorziening en eventueel op de vorming van continentale economieën. Ontwikkelingslanden zouden zelf hun primaire en secundaire levensproducten moeten produceren op een duurzame wijze in verband met de natuur- en milieuproblematiek..  

 

Officiële ontwikkelingshulp

Officiële ontwikkelingshulp is de overdracht van leningen en giften van overheden naar ontwikkelingslanden.

 

Uitgangspunt 4:

De MRP beschouwd het overdragen van leningen van westerse overheden aan ontwikkelingslanden niet als een vorm van ontwikkelingshulp maar als een vorm van uitbuiting. 

 

Corruptie bij bilaterale ontwikkelingshulp

Volgens critici bevorderd bilaterale ontwikkelingshulp corruptie. Bij bilaterale ontwikkelingshulp wordt er namelijk rechtstreeks geld overgemaakt naar de overheidsbegroting van het ontvangende land gaat. In sommige gevallen worden er eisen gesteld aan de besteding van het geld. Of dit geld daadwerkelijk besteed word aan ontwikkelingshulp is onbekend.

Uitgangspunt 5:

Regeringen van ontwikkelingslanden zouden een transparante financiële huishouding (begroting, staat van ontvangsten en uitgaven en staat van opbrengsten en kosten, allemaal met een toelichting) moeten bijhouden zodat men precies weet wat er met het geld gebeurd.

 

Uitgangspunt 6:

Elke vorm van corruptie moet bestreden en bestraft worden.

 

Indirecte ontwikkelingshulp

De MRP definieert indirecte ontwikkelingshulp als het geven van geld aan ontwikkelingslanden.

 

Uitgangspunt 7:

Ontwikkelingslanden en donorlanden zouden alvorens indirecte ontwikkelingshulp gegeven wordt eerst een plan van aanpak moeten maken waarin zij aangeven waaraan het geld zou moeten worden besteed. Tevens zou een schatting gemaakt moeten worden van de kosten. De kosten en betalingen zouden ook bijgehouden moeten worden.

 

Directe ontwikkelingshulp

De MRP definieert directe ontwikkelingshulp als het geven van goederen, diensten, productiemiddelen/factoren, kennis en productietechnieken aan ontwikkelingslanden.

 

Uitgangspunt 8:

In eerste instantie pleit de MRP voor het geven van directe ontwikkelingshulp aan ontwikkelingslanden. Het indirecte donorland koopt in overleg met het ontwikkelingsland de goederen, diensten, productiemiddelen/factoren,  kennis en productietechnieken die het ontwikkelingsland nodig heeft voor het verzelfstandigen van de binnenlandse productie en het vormen van een economie die duurzamer, onafhankelijk en stabiel is.

 

Uitgangspunt 9:

Ontwikkelingslanden en indirecte donorlanden zouden ook alvorens directe ontwikkelingshulp gegeven wordt een plan van aanpak moeten maken waarin het ontwikkelingsland en donorland een analyse maken van de goederen, diensten, productiemiddelen/factoren, kennis en productietechnieken die het ontwikkelingsland nodig heeft en hoeveel dit gaat kosten. Tevens zouden de kosten en betalingen bijgehouden moeten worden.

 

Uitgangspunt 10:

De Human Development Index (HDI) van de VN zou gebruikt kunnen worden om te beoordelen of een land ontwikkelingshulp nodig heeft.

 

Uitgangspunt 11:

Ieder rijk land zou zich bezig moeten houden met het geven van bij voorkeur directe ontwikkelingshulp aan slechts één ontwikkelingsland. Specialisatie is efficiëntie.

 

Uitgangspunt 12:

Multilaterale instellingen zoals de Wereldbank, de VN en de EU zouden een ondersteunende functie moeten hebben in het financieren, uitvoeren, organiseren en het creëren van eenheid van de bij voorkeur directe ontwikkelingshulp die door individuele rijke landen gegeven zou moeten worden aan ontwikkelingslanden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>