Kredietcrisis

Dit is een kortere versie van het artikel van Elsevier: ‘Kredietcrisis: Goochelen met leningen’ welke gepubliceerd werd op vrijdag 4 januari 2008 11:46.

 

De kredietcrisis

 

Einde internetzeepbel – Centrale banken verlagen hun rentetarief

De basis van de kredietcrisis ligt in het einde van de internetzeepbel in 2001. De aandelenbeurzen daalden sterk toen bedrijven in de internetbranche niet zoveel waard bleken als beleggers en investeerders dachten. Om een recessie in Europa en de Verenigde Staten te voorkomen en het vertrouwen te herstellen, grepen de centrale banken in door hun rentetarief te verlagen. De verwachte recessie bleef beperkt. Maar het rentebeleid zorgde er wel voor dat West-Europa en de Verenigde Staten werden overspoeld met goedkoop geld.


Banken nemen grote onverantwoorde financiële risico’s

Omdat geld zo goedkoop was, de rente zo laag stond en de aandelenkoersen onder druk stonden, haalden banken relatief weinig rendement. Het gevolg was dat banken grotere financiële risico’s namen in hun streven naar winst. Zo kreeg een groep Amerikanen ondanks hun lage inkomen en geringe eigen vermogen toch een zogenoemde subprime-hypotheek: een risicovolle hypotheek met een lage rente die na een paar jaar sterk omhooggaat. Het idee achter die hypotheken is dat de huizenprijzen voortdurend zouden stijgen. Dat ging een tijd goed: de huizenprijzen stegen continu en zo ontstond er overwaarde op de huizen. Die overwaarde gebruikten de huizenbezitters weer om de gestegen hypotheekrente te kunnen betalen.

 

Huizenprijzen dalen – Leningen kunnen niet meer worden afgelost

Maar het idee van steeds stijgende huizenprijzen bleek net zo’n zeepbel als de internethype: In de eerste helft van 2007 daalden de huizenprijzen voor het eerst in jaren. Tegelijkertijd steeg de hypotheekrente. Amerikanen in het subprime-segment konden de rente niet meer betalen. In augustus moesten ruim 250.000 gezinnen wegens wanbetaling hun huis uit.

 

Amerikaanse en Europese banken raken besmet

Niet alleen huizenbezitters en hypotheekverstrekkers kwamen door de dalende huizenprijzen en stijgende hypotheekrente in de problemen. De banken hadden de hypotheken als obligatiepakketten (leningen met een korte looptijd) verpakt, en doorverkocht aan banken en investeerders in de Verenigde Staten en Europa.

 

Banken die de obligatiepakketten met de risicovolle hypotheken als onderpand kochten, bundelden ze en verkochten ze door in pakketten met verschillende risico’s. Toen de Amerikanen in de subprime-markt niet aan hun verplichtingen konden voldoen, verloren de pakketten met de hoge risico’s snel hun waarde. Amerikaanse en Europese banken en andere investeerders verloren er flink op en moesten afschrijven.

Vertrouwen tussen banken valt weg

Om zich voor tegenvallers in te dekken, begonnen die banken hun geld op te sparen. Maar er ontstond nog een probleem. Doordat de pakketten steeds waren doorverkocht, was het niet duidelijk welke banken en investeerders in de problemen zaten en welke niet. Daarom gingen banken steeds minder geld aan elkaar uitlenen.

 

 

Kredietcrisis

Het wegvallen van het vertrouwen tussen de banken zorgde voor de ernstige situatie die de kredietcrisis heet: wanneer banken elkaar geen geld meer lenen, kunnen individuele banken in de problemen komen. Als de interbancaire rente oploopt, moeten de banken die het al moeilijk hebben, duurder lenen. Daar hebben ze eigenlijk het geld niet voor. Zulke banken komen in financiële problemen. Klanten van dat soort banken vrezen voor hun spaargeld en gaan zoals bij de Britse bank Northern Rock in de rij staan om hun spaargeld op te halen. Dergelijke problemen kunnen zich door de verwevenheid van het financiële systeem als een inktvlek verspreiden. Zo kon het dat een relatief klein probleem op een deel van de Amerikaanse huizenmarkt uitmondde in een crisis in de hele westerse wereld.

 

Wie zijn schuldig aan het veroorzaken van de kredietcrisis?

 

Uitgangspunt 1:

De Amerikaanse banken hebben als reactie op de rentetarief verlagingen van de centrale banken er zelf voor gekozen om grote onverantwoordelijke financiële risico’s te nemen door de subprime-hypotheken te verlenen aan Amerikanen met een laag inkomen en geringe eigen vermogen. Waarom? Omdat zij meer winst wilde maken. Was het dom en naïef om te denken dat de huizenprijzen voortdurend zouden stijgen? Ja. Hielden de banken rekening met de negatieve gevolgen voor huizenbezitters? Nee. Hielden de banken rekening met de negatieve gevolgen voor de afnemers van de subprime-hypotheken? Nee. Hielden banken rekening met de negatieve gevolgen voor de rest van de wereld? Nee. 

 

Uitgangspunt 2:

Wie heeft/hebben ervoor gezorgd dat de Amerikaanse banken hun gang zijn gegaan? De Amerikaanse overheid. Zo heeft de Amerikaanse minister van financiën Geithner op 23 maart 2010 verklaard tegenover het Huis van Afgevaardigden dat tekortschietende regelgeving en gebrekkig toezicht een belangrijke rol gespeeld had bij het ontstaan van de crisis.

 

Uitgangspunt 3:

De Amerikaanse en Europese banken hebben de onverantwoordelijke financiële subprime-hypotheken gekocht van de Amerikaanse banken. De banken hebben dit gedaan en de Amerikaanse en Europese overheden hebben dit laten gebeuren. Kortom, niet alleen de Amerikaanse en Europese kopers van de subprime-hypotheken hebben een gebrekkig toezicht getoond maar ook wederom de Amerikaanse en de Europese overheden.

 

Uitgangspunt 4:

De banken zouden een ondersteunende functie ten behoeve van de samenleving moeten hebben en geen uitbuitingsfunctie waarbij de banken alleen opkomen voor hun eigen belangen ten koste van de belangen van de samenleving zoals dit het geval was bij de kredietcrisis. 

 

Uitgangspunt 5:

De banken moeten de samenleving dienen en niet uitbuiten. Overheden moeten dit via wet- en regelgeving realiseren. Tevens moeten zij toezicht houden op de banken. Het nemen van grote onverantwoorde financiële risico’s  door de banken ten behoeve van hun eigen gewin zou  verboden worden.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>