Modern kolonialisme

De kolonisatie en het neokolonialistisch beleid hebben ervoor gezorgd dat de lokale economieën van de voormalige kolonies ontwricht, verbonden en afhankelijk geworden zijn ten opzichte van de westerse economieën. Bij het modern kolonialisme wordt deze afhankelijkheid optimaal in stand gehouden en maken de westerse landen optimaal misbruik van deze afhankelijkheid. Het modern kolonialistisch beleid wordt op een aantal manieren vormgegeven.

 

Europees landbouwbeleid – Marktbescherming door importheffingen en exportsubsidies

De Europese Unie doet aan bescherming van de Europese markt door de veel goedkopere landbouwproducten uit ontwikkelingslanden aan de EU-grenzen te belasten met importheffingen, zodat zij even duur of duurder zijn dan de Europese landbouwproducten.  Aan de andere kant wordt de export van Europese landbouwproducten bevorderd door deze goedkoper te maken met exportsubsidies (restituties). Het doel van deze maatregelen is het scheppen van een zo groot mogelijke vraag naar landbouwproducten afkomstig van de Europese Unie.

 

Door de importheffingen en landbouwsubsidies is de afzet van de landbouwproducten van boeren uit onder ontwikkelde landen lager dan het geval zou zijn in een vrije markteconomie met eerlijke handel. De producent uit het ontwikkelingsland moet de toch al lage verkoopprijs die hij voor zijn landbouwproducten vraagt nu nog lager maken wil hij toch nog wat verkopen om een inkomen te krijgen. Het nieuw verkregen inkomen is voor veel van deze producenten uit ontwikkelingslanden te laag waardoor zij failliet gaan of geld moeten lenen.

 

Multinationals – Uitbuiting van arbeidskrachten

De boeren die failliet gaan raken hun inkomen kwijt. Zij gaan nu werken bij multinationals. Dit zijn veelal westerse bedrijven met vestigingen in meerdere landen, waaronder ook in ontwikkelingslanden. Bij deze multinationals verdienen de voormalige boeren minder geld dan zij zouden verdienen in een vrije markteconomie met eerlijke handel. Tevens verdienen zij waarschijnlijk minder geld dan zij verdiend zouden hebben met hun eigen bedrijf in de periode van voor hun faillissement. Wel verdienen zij na vele lange dagen en hard gewerkt te hebben een inkomen waarmee zij in leven kunnen blijven.

 

Het IMF – Nog meer uitbuiting

De boeren die niet failliet willen gaan maar besluiten om hun concurrentiestrijd met westerse producenten voort te zetten zijn genoodzaakt direct dan wel indirect geld te lenen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Ontwikkelingslanden die geld lenen van het IMF moeten dit allemaal inclusief rente terug betalen. Van het geleende geld kan voorzien worden in de basisbehoefte op korte termijn maar op de langere termijn stijgen de schulden van de ontwikkelingslanden en worden zij nog armer.

 

Contingentering – Nog meer protectionisme

Naast de genoemde importheffingen en exportsubsidies waar ontwikkelingslanden last van hebben worden zij ook geconfronteerd met invoerquota. Hierbij stellen westerse landen een maximale hoeveelheid producten vast die tijdens een bepaalde periode mag worden ingevoerd. Dus bij de toepassing van invoerquota’s zullen de boeren uit de onder ontwikkelde landen een lagere afzet krijgen en dus minder inkomsten.

Oliemaatschappijen  

Aardolie is een vloeistof bestaand uit koolwaterstoffen en kan gebruikt worden als brandstof. Aardolie kan over de gehele wereld worden gewonnen. De totale winbare hoeveelheid aardolie is door BP anno 2006 geschat op 1200 miljard vaten. Van deze voorraad bevindt zich 62% in het Midden-Oosten, 10% in Afrika en 9% in Latijns-Amerika (exclusief Mexico). Bijna alle landen in Afrika zijn onderontwikkeld en staan als laagst genoteerd op de Index van de menselijke ontwikkeling. De olievoorraden in deze landen worden veelal gewonnen en verkocht aan het westen door westerse oliemaatschappijen zoals Shell, BP, Total, Mobil, etc. De kosten die olieconcerns maken bij de winning en verkoop van olie zouden betaald moeten worden van de opbrengsten. Dit is logisch omdat de olieconcerns de kosten maken voor het plaatsen van oliewinninginstallaties, het betalen van personeel en transport. Nadat de kosten afgetrokken worden van de opbrengsten verkrijgt men de winst. Deze winst zou volledig moeten gaan naar het land waaruit de aardolie is gewonnen. Dit is eerlijk. Oliemaatschappijen die hun winst niet afstaan aan het land waaruit zij olie winnen plegen in feite diefstal omdat de olie die zij winnen niet van hen is maar van de mensen uit het land waaruit de olie gewonnen wordt. Naast aardolie ontgint en exploiteert het westen ook andere grondstoffen variërend van koper, goud en diamanten tot koffie. Hiervoor geldt hetzelfde principe.

 

Ontwikkelingshulp – Symboolpolitiek?

 

Officiële ontwikkelingshulp

Officiële ontwikkelingshulp (Engels: Official Development Assistance, ODA) is de overdracht van leningen en giften van overheden naar ontwikkelingslanden.

 

Leningen – Geen ontwikkelingshulp

Leningen moeten niet beschouwd worden als een vorm van hulp maar als een vorm van uitbuiting. Het geleende geld moet namelijk worden terugbetaald inclusief rente.

 

Schenkingen – ontwikkelingshulp?

Dan zijn er nog de giften van overheden naar ontwikkelingslanden. In principe is hier niets mis mee maar de situatie ligt iets wat complexer. Dienen de giften om de ontwikkelingslanden te helpen of dienen zij voor het in stand houden van de afhankelijke positie van deze landen ten opzichte van het westen? Op welke manieren worden de giften geconsumeerd?

In eerste instantie worden de giften door de ontwikkelingslanden gebruikt om hun land op te bouwen. Het geld kan geïnvesteerd worden in onderwijs, gezondheidszorg, watervoorziening, landbouw en energievoorziening. Top, dit is een goede besteding en oplossing om de armoede in de ontwikkelingslanden te bestrijden.

 

In tweede instantie komt het geld terecht bij lokale ex-boeren en ex-ondernemers die werkloos zijn omdat zij nergens kunnen werken. Zij kunnen geen landbouw bedrijven en geen bedrijf  opstarten door de oneerlijke concurrentiestrijd zoals eerder verteld veroorzaakt door importheffingen en exportsubsidies. Het geld wat de lokale ex-boeren en ex-ondernemers krijgen kan minder zijn dan het geld wat zij zelf zouden verdienen bij een eerlijke concurrentiestrijd. Van dit geld kunnen zij dan toch nog voorzien in hun basisbehoeften door voedsel, water en andere noodzakelijke producten te kopen. Deze producten kunnen gekocht worden bij binnenlandse producenten maar ook bij westerse producenten gevestigd in het ontwikkelingsland of gevestigd in een van de westerse landen. In dit laatste geval dienen de giften dus niet alleen voor het op een minimale manier onderhouden van de bevolking maar ook voor het behoud van de afzetmarkten van de westerse producenten.

 

In derde en in laatste instantie komt het geld terecht bij zakkenvullers. Het geld voor de ontwikkelingssamenwerking blijft dankzij corruptie in dit geval aan de strijkstok hangen bij onder andere ministers, politici, bestuurskundige etc. etc.

 

Uitgangspunt 1:

De MRP verzet zich tegen elke vorm van modern kolonialistisch beleid. 

 

One Response to Modern kolonialisme

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>