Onderwijs

Onderwijs

Het onderwijs is het overbrengen van kennis, vaardigheden en attitudes met vooraf vastgelegde doelen. Daarbij houdt men rekening met een beginsituatie, volgt men een onderwijsstrategie en worden de resultaten geëvalueerd, onder meer door toetsing, zelfevaluatie en peerevaluatie (collegiale toetsing). Onderwijs wordt binnen een door de overheid bepaalde structuur gegeven door personen die daarvoor speciaal zijn opgeleid, zoals onderwijzers, leraren en docenten.

Hoe groot is de invloed van de overheid op het onderwijs in Nederland?

De overheid heeft veel invloed op het onderwijs. Iedereen in Nederland kan een school oprichten. Scholen moeten dan wel aan bepaalde voorwaarden voldoen die door de overheid zijn vastgesteld, zoals een minimum aantal leerlingen en een aantal verplichte lesuren. Binnen het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs en binnen het hoger onderwijs is het tevens de overheid die een verplicht aantal lesuren vaststelt en is het tevens de overheid die (voor een groot deel) bepaald wat er geleerd moet worden en in welke tijd dit gedaan moet worden. Kortom, de overheid heeft veel invloed op het Nederlandse onderwijs.

 

Hoe staat de MRP tegenover de invloed die de overheid heeft op het onderwijs?

 

Uitgangspunt 1:

Iedereen zou bij voorkeur gratis toegang moeten hebben tot kennisbronnen.

 

Uitgangspunt 2:

Onderwijs zou voor alle (potentiële) leerlingen/ouders/voogden betaalbaar moeten zijn en niet meer mogen kosten dan de kosten die nodig zijn om het onderwijs en de kennis tegen een redelijke kwaliteit aan te bieden.

 

Uitgangspunt 3:

De MRP erkend dat er bepaalde dingen zijn die kinderen/leerlingen moeten kunnen en weten. Zo moeten kinderen kunnen lezen, schrijven, rekenen etc.

 

Uitgangspunt  4:

In de bovenbouw van het basisonderwijs zouden leraren leerlingen moeten leren hoe zij:

-       Zelfstandig hun huiswerk kunnen maken en nakijken;

-       Zelfstandig kunnen leren.

 

Uitgangspunt  5:

Op school zouden leerlingen hun tijd nuttig moeten besteden.

 

Uitgangspunt  6:

De MRP erkend dat er op het voortgezet onderwijs bepaalde dingen zijn die leerlingen niet hoeven te kunnen en weten. 

 

Uitgangspunt 7:

De bovenbouw van het voortgezet onderwijs zou zich moeten aanpassen naar de wensen en  talenten van leerlingen.  

 

Uitgangspunt 8:

Ieder mens heeft zijn eigen wil en unieke talenten. Iedereen heeft zijn eigen interessegebieden zoals wis- en natuurwetenschappen, sociologische wetenschappen, economische en bedrijfskundige wetenschappen en/of taalwetenschappen etc.   

 

Uitgangspunt 9:

De MRP is van mening dat leerlingen in het voortgezet onderwijs in het kader van het kiezen van vakken/profielen meer vrijheden moeten krijgen zodat zij hun talenten optimaal kunnen ontwikkelen en vakken kunnen leren die zij leuk vinden en voor hen niet waardeloos zijn.

 

Uitgangspunt  10:

De MRP wil ten behoeve van de wensen van leerlingen een groter aanbod van vakken in het voortgezet onderwijs.

 

Uitgangspunt  11:

Iedereen leert anders. De ene leerling leert en maakt zijn huiswerk sneller dan de andere leerling.

 

Uitgangspunt  12:

In het voortgezet onderwijs zouden leraren leerlingen moeten leren hoe zij:

-       Zelfstandig hun huiswerk kunnen maken en nakijken;

-       Zelfstandig kunnen leren.

 

Uitgangspunt  13:

Jongeren binnen de bovenbouw van het voortgezet onderwijs moeten zelf  verantwoordelijkheid hebben om:

-       Naar school te gaan;  

-       Te slagen voor hun opleiding;

-       Vorm te geven aan hun toekomst (vervolgopleiding/werk/etc.).

 

Uitgangspunt 14:

Scholen zouden leerlingen in het kader van het slagen voor hun opleiding en het eventueel kiezen van een vervolgopleiding optimaal moeten begeleiden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>